L.

Afgelopen dagen schreven we wat over en weer. Over schrijven. Over woordkeuzes, verhaallijnen, perspectieven en karakters. Karakters kunnen dienstbaar zijn in het uiten van gevoelens waar de introverte ik van de hoofdpersoon de assertiviteit voor mist. Niets mis mee. Ook autobiografische verhalen kunnen niet zonder een dialoog en daarvoor zijn karakters nu eenmaal enorm handig. Samen met de hoofdpersoon vertellen zij het verhaal en geven ze een completer beeld over de hoofdpersoon en diens verhaal.

Ik las enkele korte verhalen die op mail waren gezet. Niet de beschrijving van de hoofdpersoon, niet de interactie met de karakters, maar de dialoog, veelal zonder woorden, tussen hen lieten mij toe tot de vertelster. Ik stelde een vraag, kreeg een antwoord en voelde de frustratie van het missen van een knop waarmee de geschiedenis herschreven kan worden opdat ik nu niet had hoeven te lezen over bepaalde karakters in haar verhalen. Naast de frustratie was er echter ook dankbaarheid. Dankbaarheid voor haar gave om te kunnen schrijven. Niet als vlucht uit de realiteit, maar als een weg naar de lichtknop. Het laat je zien dat je er bent, nu, hier en dat je er altijd voor iemand toe doet. Meer en groter dan je verhaal.

1,5 meter vogel

Wat lekker is na een dag hard pezen? Juist ja, relaxed een rondje maken op hardloopschoenen. Zo ook gisteravond. Vaak trotseer ik dan de gevaren van de ‘grote’ stad. Maar dit keer geen proestende en hoestende types (zouden ze corona hebben?) op tweewielers voor me op de weg, roekeloos rijdende scooterridders en link kijkende dealertjes. Nee, gisteren bezocht ik het prachtige stiltegebied rondom het Zwarte Water. Zeker met zonsondergang een plaatje.

Na 4 kilometer onderweg te zijn, hoorde ik ‘m eerst. Een soort gegil. Nu hoor je wel eens vaker dieren, zeker in een natuurgebied, maar dat ik plots twee klauwen op mijn hoofd voelde en een enorme roofvogel van me weg zag vliegen, was toch nieuw. Snel de handen naar mijn hoofd, wrijven en kijken. Geen bloed, dat was gunstig. Ik keek om me heen, vooral naar achteren en naar boven, maar zag niets. Snel doorrennen. Toen hoorde ik ‘m aan komen suizen. Ik voelde instinctief mijn arm omhoog zwieren, mijn hand die hem raakte en de klap tegen mijn achterhoofd omdat hij mij met z’n linkervleugel ‘toucheerde’. Niet het type opgever dus.

Ik rende door en de gevleugelde vriend bewoog tussen de toppen van de bomen met me mee, wachtend op een nieuwe kans. Zijn gekrijs zwol aan. Ik werd vooral kwaad en besloot hem eens goed toe te spreken. Over dat hij zich vooral niets moest menen met z’n spanwijdte van zo’n 1,5 meter en over nu we het toch over 1,5 meter hadden; of hij soms niet wist dat we van Mark Rutte van elkaar moeten afblijven. Een derde aanvallende duikvlucht bleef uit; de preek was binnengekomen, al kan het natuurlijk ook geholpen hebben dat ik vijf minuten lang wild met mijn armen zwaaiend mijn weg vervolgde.

Naast stevige hoofdpijn is er weinig dat eraan herinnert. Geen noemenswaardige krassen of schrammen. Blijkbaar knippen buizerds, want dat was het volgens mij, ook hun nagels. Toch denk ik dat ik bij de volgende keer hardlopen weer eens kies voor een route in de schaduwen van stedelijke bebouwing. De vreemde vogels daar zijn een stuk voorspelbaarder.

Bij de 4 kilometer hadden we ‘onze ontmoeting’.
Foto van roofvogels-hw

Roekeloos

Verkeersslachtoffers. Vandaag konden we nog via de media vernemen dat ze in aantal niet zijn afgenomen sinds corona minder wielen over het asfalt laat gaan. Ieder dodelijk slachtoffer is er een teveel en al helemaal als ze door toedoen van roekeloos gedrag van medeweggebruikers uit het aardse bestaan worden weggeplukt. Het verdriet van nabestaanden is enorm, net zoals de maatschappelijke verontwaardiging die volgt.

Vandaag zag ik een man waarvan wiens buik vermoedelijk met bier en zijn biceps met eiwitextracten waren opgepompt zich op asociale wijze vlak langs een wachtrij bewegen. Gisteravond werd ik tijdens het hardlopen door een hoestende en proestende fietser ingehaald. Het was een breed pad, maar hij had haast niet dichter tegen mij aan kunnen kruipen. Bij de bakker stond ik laatst plots in de schaduw van een dame die zich in een anderhalve centimeter maatschappij waande. Ik zei daar wat van waarop ze iets mompelde, rode vlekken in de nek kreeg en wegliep. Eigenlijk net als Trump tijdens het vragenrondje bij een persconferentie.

Grote kans dat zij zich allemaal ooit laatdunkend hebben uitgelaten over veroorzakers van verkeersongevallen met dodelijke afloop. Nog grotere kans dat ze echt geen idee hebben dat zíj de roekelozen van 2020 zijn. Het risico van zowel een intelligente lockdown als intelligente versoepeling zit ‘m dan ook vooral in het bijvoeglijk naamwoord.

Corona [omroepblog]

Vele malen is aan mij de vraag gesteld wat ik vind van alle afgekondigde maatregelen. Het antwoord was, is en blijft dat wat ik vind er niet toe doet. Rustig blijven en adviezen opvolgen is het devies.

Zorg voor jezelf en vooral voor de ander. Sommige mensen hoor je zeggen dat we niet in de toekomst kunnen kijken. Een collega zei daar vanochtend terecht het volgende over: werp maar eens een blik op Bergamo en we zien onze toekomst over twee weken als we blijven doen wat we altijd deden.

Sommigen vinden dat ze nog altijd eigen keuzes mogen en kunnen maken. Dit in tegenstelling tot het coronavirus zelf; dat maakt geen keuzes, kijkt niet naar huidskleur, seksuele voorkeuren, geloofsovertuiging, politieke geaardheid, sociale gelaagdheid of afkomst. Corona heeft ook geen mening, in tegenstelling tot hoe wij ons doorgaans gedragen op bijvoorbeeld Facebook. Daar hebben we niet alleen een mening, maar voelen we ons ook geroepen om onze mening te verkondigen over andermans meningen of keuzes en vervolgens de meningen dáárover. Eigelijk een perfecte metafoor voor wat één besmet persoon teweeg kan brengen…

Gelukkig zie ik ook een nieuwe beweging op social media ontstaan. Berichten van waardering voor mensen die in vitale sectoren keihard voor ons knokken, steun voor mensen en organisaties die in financiële zin een harde beuk krijgen en initiatieven van mensen die hun hulp aanbieden aan wie dat heel hard nodig heeft. Omroep Venlo wil ook deze mooie kant van de bizarre tijd waarin we ons bevinden een gezicht geven en roept iedereen op hiervan filmpjes te sturen naar nieuws@omroepvenlo.nl.

In een stukje op het internet las ik een citaat van de Italiaanse premier Giuseppe Conte en daar sluit ik graag mee af: ‘Laten we vandaag op afstand blijven, om elkaar morgen nog sterker te omarmen.’

Evert Cuijpers
Directeur Omroep Venlo

Doel

Een bord met dat er hier mensen wonen en de oproep om dat te respecteren. Ik was net rechtsaf geslagen en liet het ruwe havengebied achter me. Een anderhalf uur durende autorit had me door de niet aflatende motregen van Venlo naar de oostzijde van Antwerpen gebracht en bij het passeren van de gemeentegrens van mijn eindbestemming was dit niet het welkomstbord dat ik had verwacht. De bebouwing werd voller naarmate ik het dorpje, veel meer was het niet, naderde. Zonder uitzondering verlaten woningen met dichtgetimmerde ramen en deuren en rijkelijk voorzien van graffiti aan weerszijden van de weg.

De navigatiestem liet me wederom naar rechts draaien en ik kwam nu in de bewoonde wereld terecht met de nuance dat er echt werkelijk niets bewoond was, in ieder geval leek. Links van mij zag ik twee in houdies verstopte jongemannen met een breekijzer een dichtgetimmerd raam openbreken. Een derde maakte er foto’s van. Een laatste afslag en links tussen de vervallen huizen door een schimp van Café Taverne waar ik moest zijn. Ik was wat aan de vroege kant en besloot enkele kiekjes te nemen van de molen op de dijk langs de Schelde met daarachter de gigantische kerncentrale. Het was inmiddels harder gaan regenen. Binnen in het café was het aangenaam warm en het gezelschap waarmee we hadden afgesproken kwam gestaag binnendruppelen.

Het was een prima bijeenkomst die het surrealistische beeld van buiten voor even deed vergeten. Na afloop werd aangeboden uitleg te geven over de bizarre plaats waar we ons begaven en we besloten nog even te blijven. Dat het ooit eens levendig industriedorpje nu nog maar een handjevol inwoners telde, had alles te maken met de ligging aan de haven en uitbreidingsplannen daarvan. Veel politiek gehakketak over wel of niet onteigenen omdat grond nodig was voor een nieuw dok. Dat én de bouw van een kerncentrale had haast het hele dorp de biezen doen pakken. We namen afscheid en ik besloot nog wat foto’s te maken van dit levenloos stukje aarde. Vanuit een ooghoek zak ik eerst een vergeeld gordijn achter een raam bewegen en toen een man die mij gadesloeg. Ik knikte wat ongemakkelijk en bedacht dat als hij een collectie gele hesjes in zijn garderobe heeft, ik dat kan begrijpen.

Een Antwerpse had de bijeenkomst belegd en daarbij beloofd ons naar een bijzonder stukje België te brengen. In die missie is zij meer dan geslaagd; ik zal Doel niet snel vergeten.

Clowns

Post vier belde en eigenlijk bleek dat al overbodig want de lichtbundels van de zaklampen zagen we al van veraf tussen de bomen door de hoek om komen. We hadden hen ook al geschrokken horen schreeuwen en nu hun komst zichtbaar werd, was het onze beurt; aan mijn kompaan nadat ze dachten het ergste te hebben gehad, maar eerst dus aan de met een kettingzaag gewapende en tot horrorclown getransformeerde ik. De hele setting in het donkere bosgebied van Haelen had overigens een niet door onszelf geregisseerde extra dimensie gekregen toen een politiehelikopter boven ons bleef cirkelen en internet ons liet weten dat die op zoek was naar voortvluchtigen van een steekpartij. Het was maandagavond en er stond een griezeltocht op het kampprogramma van Groep 8.

De door de groep kinderen voortgebrachte lichtbundels deinden haast melancholisch op en neer en kwamen gestaag mijn richting op. Zelf was ik inmiddels zo’n honderd meter in de duisternis ongemerkt door het bos hun kant opgerend. Ik besloot nog even te wachten tot ze nog iets dichterbij waren, maakte stilletjes excuses aan alle fauna om me heen en liet toen de decibels uit de kettingzaag door het luchtruim ronken. Waar de lichtbundels meteen als bevroren tot stilstand kwamen, brachten mijn benen mij in toenemende snelheid in hun richting om mij, toen ik vlak voor hen stond, hard te laten gillen en sprintend terug te brengen naar de plek waar de andere vader zich inmiddels verscholen had in de bosjes en voor het echte verrassingseffect mocht zorgen.

Tussen het gillen, de angstige momenten en tranen door, was het vooral een hele toffe maandagavond. Net als de avond die volgde waarop de voorheen luizenmoeders smokkelwaarposten werden, de schooljuf als primus inter pares orde bracht en de vaders in hun rol als douane enkel focus hadden chaos in die orde te scheppen. Allen met één doel: het maken van mooie herinneringen voor de kinderen van die hele leuke Groep 8.

Het kamp is voorbij en met loodzware oogleden zit, hangt en ligt de kroos nu uitgeteld op de bank. De herinneringen blijven en ze weten dat al wat daar aan bijgedragen heeft nep was; het camouflagepak van de douane ligt inmiddels bij de was, de heksenmutsen weer in de vastelaoveskast en de horrorclown is afgeschminkt. Over omvergereden hekken op het Malieveld, clowneske types die grootmachten besturen, stikstofdiscussies en over dat de dader van de steekpartij nog altijd niet is gepakt, hebben we het maar even niet meer gehad.