Mag het ietsjes minder?

Ik stond op een feestje. Het bedrijf dat me had uitgenodigd had een nieuw filiaal geopend en dat was een mooie mijlpaal om samen met klanten en leveranciers te vieren. Nu moet u weten dat ik niet zoveel met groepen heb, al helemaal niet als er ook nog eens alcohol bij geschonken wordt en gezellig doen een code is. Geen drempelvrees of zo, ik ouwehoer gerust met vreemden een gat in de tijd, maar meer omdat ik me steeds weer verbaas over wat groepen met mensen doen als ze er krampachtig onderdeel van willen uitmaken. Verhalen vervreemden dan steeds verder van de werkelijkheid, waarbij de een niet voor de ander onder wil doen, hetgeen ontspoort in, vaak lachwekkend, heroïsch gedrag. Dat dus bij de heren, de ware aard van de aanwezige dames laat zich meten aan de gezichtsuitdrukking als ze elkaars outfit scannen. Ik stond dus op een feestje toen hij naast me kwam staan. Het kapsel zorgvuldig in de plooi, net pak met stropdas en schoenen die verrieden dat hij eigenlijk geen pakkendrager is.

“Mooi geworden hier.”
“Nou.” Ik nam een slok van de zojuist ingeschonken koffie.
“U kent de directie?”
“Ja.”
“Ik doe al sinds de crisis zaken met hen.”
“Sinds de crisis, poeh.”
“Ja, en we hebben altijd de juiste keuzes gemaakt en nu staan we hier dan.”
“Nu staan we hier inderdaad.” Ik nam nog een slok.
Geen idee waarom, maar hij legde zijn visitekaartje naast het schoteltje voor me, het kopje koffie had ik nog in mijn hand. Op het kaartje het logo van het bedrijf waarvoor hij werkte, adresgegevens, zijn naam en een functieomschrijving die twee regels nodig had.
“Dat ziet er interessant uit.”
“Nou!”
Ik vroeg hem wat hij deed, zijn blik smeekte mij die vraag te stellen. Hij leefde helemaal op en kwam met een Nederlandse vertaling van de functie die op het visitekaartje heel veel, heel ingewikkelde, Engelstalige woorden nodig had. Ik antwoorde met dat ik dit inderdaad gelezen had, er niets mis is met mijn Engels maar dat ik niet begreep wat hij nu eigenlijk zoal doet op een werkdag. Hij verzekerde mij daarop dat dit onmogelijk uit te leggen was.
“Probeer het eens, ik heb de tijd.”
“Echt niet te doen.”
“Heb je kinderen?”
Verbaasde blik. “Jongen van zes, dochter van vier.”
“Wat heb je gezegd toen zij vroegen wat pappa deed voor het werk?”
“Dat hebben ze nog nooit gevraagd.”
“Wat ga je zeggen als ze het wel gaan vragen?”
Toen werd het moeilijk. Zeker toen ik wat olie op het vuur gooide, en hem zei dat als je niet kunt uitleggen wat je doet, je functie waarschijnlijk totaal overbodig is. Het was niet mijn doel het gesprek te laten ontsporen en nam op tijd een afslag naar wat rustiger vaarwater. Uiteindelijk kwam ik erachter dat hij iets doet met marketing, toevallig ook mijn vakgebied. We spraken af dat hij me belt als hij weet hoe hij het z’n kinderen gaat vertellen.

Posted in

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s