overlijdensbericht

Ik zat onder een boom. De stam was stevig maar kort en een lichte draaiing naar boven mondde uit in een symmetrische kroon. De kastanjeboom was, zo schatte ik, zo’n vijfentwintig meter hoog en de rijkelijk bebladerde horizontaal staande hoofdtakken gaven me de schaduw die ik wenste. Ik was onderweg toen een zakelijke relatie belde of ik in de gelegenheid was met spoed feedback te geven op een korte bedrijfsfilm die hij me net had gemaild. Mijn MacBook, een hotspotje en de schaduw van de parmante Kastanje gaven mij die gelegenheid.

Of hij erbij mocht komen zitten? Ik had hem nog niet eens opgemerkt, de wat oudere man die zijn fiets tegen het hek zette toen ik uiteraard bevestigend antwoordde. Enkele minuten later wist hij dat ik voor L1 werk en ik dat hij een gepensioneerde oud gediende was van de krant.  Het laat zich raden waar het gesprek heen voerde en hij wilde graag mijn visie horen over de toekomst van het fenomeen papieren content-drager. We waren het niet geheel met elkaar eens maar kwamen samen een heel eind.

Na wat stilzwijgen, mijn vingers gingen over het toetsenbord om mijn respons op de film de digitale ether in te sturen, attendeerde hij me op wat werklui even verderop. Ze waren in de zinderende hitte bomen aan het kappen. Mooie bomen, oude bomen, bomen die net als de Kastanje waaronder we zaten ziel aan het landschap gaven en bescherming boden. Hij vertelde me dat ze weg moesten om plaats te maken voor nieuwe bomen. Ik fronste mijn wenkbrauwen waarbij een druppel zweet naar beneden viel en op de x van mijn toetsenbord uit elkaar spatte. Dat had de landschapsarchitect bepaald, zo wist de man.

Hij maakte een brug naar zijn voormalige werkgever. Als oud medewerker had hij tot voor kort wat privileges genoten. Een gratis abonnement en het recht om zonder kosten een overlijdensbericht te laten plaatsen als hij zou gaan hemelen. Een bizar privilege wat mij betreft, maar dat hij en zijn mede-gepensioneerden nu niets meer kregen, baarde de man zorgen. De meeste bedrijven waren volgens hem alleen maar op zoek naar het nieuwe. Nieuwe formules en vooral nieuwe klanten. Of het nu klanten, medewerkers of andersoortige relaties waren, diegene die de bedrijven groot hadden gemaakt, worden tegenwoordig vergeten. Bij het vuil weggezet. In het geval van klanten omdat ze te klein zijn geworden voor de bedrijven of omdat de bedrijven zelf te klein zijn geworden voor hun klanten.

Volgens hem kun je niet alles in monetaire eenheden meten. Ambassadeurschap is er daar één van. Ambassadeurs kweek je en onderhoud je door hen aandacht te blijven geven, ook al dragen ze niet meer zichtbaar bij aan het bedrijfsresultaat. En hoe graag men het woord ambassadeurs ook in de mond neemt, de daad van koesteren wordt slechts zelden bij dat uitgesproken woord gevoegd. Of ik dit ook zo zag? Dat zag ik, maar ik vertelde hem dat ik toch echt mijn mail ging afronden om voor een relatie de kastanjes uit het vuur te halen. Een relatie van vroeger die eigenlijk nog helemaal geen klant is maar dat op termijn wellicht gaat worden. Dit wel met de kanttekening dat niet uit iedere kastanje een nieuwe boom groeit.

En die overlijdensadvertentie? Die gaat de krant vermoedelijk niet halen, zelfs niet met het laatste redmiddel social deal.

Posted in

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s