in 2016 wil ik laatste worden

‘Twee maanden? Dat is niets, man. Wíj moeten gemiddeld drie-en-zestig dagen wachten op ons geld.’ 

‘Jullie krijgen je geld tenminste nog, bij mij heb ik in iets meer dan dertig procent van de gevallen kunnen fluiten naar m’n geld.’

‘Breek me de bek niet open; ik denk dat mijn tweede faillissement zelf helemaal op het conto kan worden geschreven van falende incassobureaus die vooral excelleren in het naar binnen harken van zelf onterecht maar vol ijver verstuurde nota’s.’

‘Nee, dan Henk. Henk heeft zijn uurtarief drastisch naar beneden gehaald. Met de helft, hė! De Hė-ėl-f-te. En dan nóg zeuren ze over korting. Dat hij maar gratis moet komen spreken omdat dit goed staat op zijn referentielijst, zeggen ze dan. Dat zij het ook niet makkelijk hebben’.

‘Maar wees eens eerlijk; die sprekers en andere creatieven uit het 11e garnizoen van het ZZP-leger roepen toch ook astronomisch hoge bedragen! En die teksten schrijf ik voortaan ook gewoon zelf, die copywriters stellen enkel vervelende vragen. Alsof ík niet zou weten wat een goede missie en visie zijn. De arrogantie!’

‘De wereld is veranderd. Door al dat geneuzel in de media is zelfs mijn jaarbonus aan het wankelen gebracht. Niet of ik ‘m haal maar of ik ‘m nog wel krijg is thans de discussie bij de RvC. Wat denken jullie dat mijn vrouw hier van vindt?’

Een tafeltje van vijf. Vijf stoelen, vijf mannen. Het behang aan de muur in de vergaderruimte van het plaatselijk hotel was evenzo inspiratieloos als de dialoog waaruit bovenstaande zinnen ontsprongen. De vijf stoelen waren voor ruim vijftien minuten bezet. Na dat kwartier besloot ik de zitting van een van de stoelen weer bloot te stellen aan de bedrukte atmosfeer in het zaaltje ergens midden in het statige hoekpand. De minder statige neonletters ‘HOTEL’ op de zijgevel van dat pand zag ik in de achteruitkijkspiegel van mijn auto kleiner worden toen ik me door de avondspits heen snel een weg naar huis baande.

‘Hoeveel pech kan iemand hebben? Eerst je been breken en dan te horen krijgen dat de beste vriendin van je moeder kanker heeft!’

‘Daar is nog wel overheen te komen, toch. Dat mijn eigen moeder niet meer zelf auto mag rijden, een mens is en dus moet eten, daar boodschappen voor nodig heeft en ook een chauffeur die haar naar de supermarkt rijdt en daar het karretje mag duwen. Ik dus ja. Mijn broer vraagt ze nooit, terwijl die geen kinderen en dus wel tijd over heeft!.’

‘Mijn buurvrouw. Dié heeft het pas zwaar. Man verloren, een kind dat onlangs ontslagen is, net gescheiden en nu zijn ook nog eens de eerste symptomen van amnesia bij haar geconstateerd. Ga er maar aan staan. Niet te doen!’

‘Bij mij op het werk kent iemand iemand die zijn beide ouders en ook nog eens zijn peetoom verloren heeft. Allemaal binnen vier maanden! Ze waren alle drie al langere tijd ziek, dat wel. Maar in vier maanden!!! Pfff.’

Geen vergaderzaal maar een statafel op een feest in een ruimte met vrolijk behang maar waar de statafelhangers de duistere verhalen prefereerden boven onderwerpen met meer luchtinhoud en beter passend bij de feestelijke reden van het samenzijn. Vanwege de relatie met de feestgever vond ik het ongepast om de benauwende en deprimerende statafel al vroegtijdig vanuit de zijspiegel aan bestuurderszijde van mijn auto uit te zwaaien. Met opeengeklemde kaken hield ik het uit tot het bittere eind.

Ik ben vanmiddag een uur wezen hardlopen. Het is oudjaarsdag en in dat uur kwam heel 2015 bij mij naar binnen. Een jaar met alles wat het leven levendig maakt; moeilijke momenten, verwarrende en zeker ook vele mooie. Wat er van 2015 op mondiaal gebied op Wikipedia achterblijft, is spuuglelijk. Maar met name bleef mijn ongeloof hangen over iets waarvoor bovenstaande taferelen in de vergaderzaal en op het feest illustratief zijn. Dat er mensen zijn die er een competitie van maken wie de meest dramatische verhalen heeft. Een soort van opscheppen met (andermans) leed. Dat ze om een reden die ík niet kan bedenken die competitie willen winnen.

Laat mij dan maar mooi laatste worden. 

Let in 2016 dus goed op vossen als je in de spiegel kijkt. Want als díe passie preken, moet je als boer op je ganzen passen. Een fijne jaarwisseling allemaal!!

IMG_5441

Posted in

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s