Kaarsjes

Ik voelde voorzichtig aan de meest linkse deur en schrok enigszins toen deze met een krakend geluid open zwiepte en een Française mij verbaasd aankeek toen zij gehaast de kapel verliet. Gedurende de autorit ernaartoe hadden we de natuur kaler en robuuster zien worden. Ook de dorpjes waar we doorkwamen werden robuuster; mensen met verweerde gezichten liepen er wat troosteloos voorovergebogen en veel van de huizen die we zagen waren verpauperd en sommige zelfs leegstaand.

De kerk stond boven op een kale kalkrots. We gingen naar binnen en waren er alleen. Recht door het midden pronkte een Mariabeeld in een fraai uitgehouwen nis. Links en rechts boven haar was glas in lood en de nis zelf was aan de achterkant van boven open waardoor natuurlicht Maria een mooie diepte gaf. Aan weerszijden onder het beeld stond een gietijzeren constructie waar kaarsjes brandden. Tot voor kort stak ik ook meestal een kaarsje op als ik ergens in een kerk kwam. In de loop der jaren had ik in gedachten een lijstje gemaakt van mensen die ik mis en voor hen liet ik dan een kaarsje branden. Maar nu niet.

Het exacte moment is moeilijk aan te wijzen, maar ergens zijn we elkaar verloren, het geloof en ik. Missen doe ik het geeneens, al voelde het wel even vreemd om geen kaarsje op te steken. Mijn vrouw deed dat wel en ik vond dat mooi. Voor haar ouders. Zeker op vakantie denkt zij veel aan haar ouders van wie we veel te vroeg afscheid hebben moeten nemen. Datzelfde heb ik ook met pap. Er gaat vrijwel geen dag voorbij dat ik niet even aan hem denk, maar met vakanties is hij er met meer overtuiging bij.

Door het glas en lood boven Maria drongen mooie zonnestralen de ruimte binnen. Ik liet Daniëlle alleen met het ritueel en liep door naar de derde kapel. De aanwezigheid van de cenotaaf was moeilijk te ontkennen en ik moest bekennen dat het geloof toch ook veel mooie kunstschatten heeft achtergelaten. Daar liggend straalde de zandstenen vrouw rust uit, waarbij de ietwat mysterieuze lichtschakeringen in het vertrek haar ook iets krachtigs gaven. Met haar rechterhand hield ze een kruis vast en alles aan haar had iets echts. Even leek het wel alsof de lange haren die over haar schouders gedrapeerd lagen stilletjes bewogen door de bries die door het raam de kerk binnendrong. Ondanks de hitte voelde ik een rilling en keek om; ik was alleen met mijn gewaarwording.

Even later kwam Daniëlle mijn kant op en met ons vijven lieten we het bijzondere kerkje achter ons. Bij een naburig winkeltje kochten we snoepgoed voor de kinderen en op de terugweg moest ik aan pap denken die altijd met regelmaat korte bezoekjes bracht aan het Venlose Kapelletje van Genooy. Ik heb geen idee of hij daar ooit in een bankje heeft gebeden, ik vermoed van niet. Pap was een man van weinig woorden, die had hij ook niet nodig. Ik denk dan ook dat hij er kaarsjes opstak. Vooral voor zijn vader die hij veel te kort heeft gekend. Het is fijn dat er kapelletjes zijn.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s