Klagen

Ondanks mooie woorden laat het kabinet de publieke omroep in de kou staan. Dat betoog van Shula Rijxman stond vandaag in het AD gepubliceerd. Rijxman, bestuursvoorzitter van de stichting NPO, is het dus beu. Enkele passages uit haar betoog vielen me op. De link die bijvoorbeeld door haar wordt gelegd met commerciële mediareus De Mol. Enerzijds schrijft ze niet te willen en kunnen concurreren met de bedragen welke aldaar over tafel gaan, anderzijds benoemd ze dat het nog altijd de publieken zijn die volgens haar de eredivisie van tv en radio domineren.

Ik zoek nog altijd naar de relevantie van dit vergelijk. In het echte voetbal trekt de eredivisie namelijk substantieel meer bezoekers en sponsoren naar de stadions dan z’n kleinere broertje waar steeds meer zogenoemde beloftenteams voor spek en bonen de voetbalwei in worden gestuurd. Als je dan zegt die eredivisie te domineren, hoef je toch ook geen hogere salarissen uit te keren? En ook in het voetbal verlaten de sterren van de hoogste nationale divisie vaker hun vertrouwde nest om in verre overzeese competities nog snel wat extra pensioen te cashen. Denk maar eens aan Gerrard, Beckham, Henry, Pirlo, Pelé en Beckenbauer.

Natuurlijk refereert Rijxman in haar stuk ook weer aan de terugloop van reclame-inkomsten die bij de NPO worden geraamd op zo’n zestig miljoen euro (u leest het goed ja). Dat vind ik dan vreemd. Vreemd omdat er wordt beweerd dat er eredivisie wordt gespeeld en de waardering en kijkcijfers zeer naar tevredenheid zijn. Naar mijn bescheiden mening heb je dan een fantastische mooie propositie en gaat er ergens anders iets goed mis.

Grondig ben ik het met Rijxman eens dat een sterke publieke omroep onmisbaar is voor een vitale democratie. Ook deel ik haar zorgen over dat de minister roept dat er weliswaar taakstellingen in het regeerakkoord staan, maar dat de zak geld om deze uit te voeren ontbreekt. Van de andere kant: dit kabinet begint nu pas uit de startblokken te komen.

Wat ik echter enorm betreur van de NPO-eindbaas is dat zij enkel rept over de 1e laag uit het publieke omroepbestel; haar eigen NPO. Van een voorganger van onafhankelijke journalistiek zou ook aandacht mogen worden verwacht voor de regionale en lokale laag. De regionale en lokale omroepen dus. Dat deze niet door haar worden benoemd, begrijp ik echter wel weer. Kijkende naar de cijfers is zij er bij gebaat dat dit een blinde vlek blijft bij de dames en heren van het ministerie van OCW. Wat die cijfers laten zien? Nou, dat van alle overheidsbekostiging inzake het publieke omroepbestel een hele pietepeuterige 1% naar de lokale omroepen gaat, 17,1% naar de dertien regionale zenders en maar liefst 81,9% naar de club van Rijxman. Wie heeft er dus echt met recht te klagen?

Omroepblog 7

Plofkip

Vanochtend opende het regiokatern van De Limburger met een artikel over de streekomroep. Daar wil ik graag een paar dingetjes over roepen. Bijvoorbeeld over de zin in het artikel die zegt dat er een streekomroep moet komen omdat het besef doordringt dat lokale omroepen in hun eentje nauwelijks kunnen overleven. Dat is pertinent niét de reden om tot streekvorming over te gaan. Het achterliggende verhaal gaat er namelijk over dat steeds meer overheidstaken vanuit politiek Den Haag worden gedecentraliseerd en gemeenten er steeds meer uitvoering en verantwoordelijkheden bij krijgen. Daar moet dan ook een forsere maatschappij-kritische waakhond tegenover worden gezet als controlerende journalistieke entiteit van de bestuurlijke en uitvoerende macht. Juist op lokaal niveau.

Hiertoe heeft de NLPO het plan ingediend om de circa 260 lokale omroepen om te vormen tot circa tachtig sterke streekomroepen. Een plan dat positief ontvangen is door het Commissariaat Voor De Media en zelfs is opgenomen in het regeerakkoord van het nog verse kabinet. Streekvorming gaat dus vooral over een kwaliteitsimpuls voor de journalistiek op gemeentelijke schaal. Omdat ook de politiek roept journalistiek belangrijk te vinden.

Omroep Venlo heeft 2016 en 2017 afgesloten met zwarte cijfers. Wij vragen dan ook niet meer geld om de jaarexploitatie rond te krijgen, maar doen een beroep op de overheid om een erfenis uit het verleden op te ruimen. Dat is een stukje relevante duiding dat in het artikel ontbreekt. Redacteur Jos Bouten benoemt verder in het stuk dat er voor vrijwilligers een rol blijft bij de omroep en dat is helemaal correct. Vrijwilligers vormen een belangrijke pijler onder de lokale omroepen en bij een eventuele streekomroep zal dat niet anders zijn. Wel heb ik ernstige bedenkingen bij de voorgeschotelde getallen. Als ik u vertel dat Omroep Venlo een jaarbegroting kent van zo’n 850.000 euro (waarvan 250.000 euro subsidie), dan begrijpt u dat een streekomroep voor zes gemeenten meer zal gaan kosten dan de genoemde negen ton. Tenminste, als ‘we’ willen gaan voor kwaliteit.

Journalistiek is namelijk een vak, net zoals het maken van programma’s met de juiste relevantie en impact een vak is. Dat kun je niet enkel met vrijwilligers borgen; er is een basis aan professionals voor nodig die op hun beurt geoutilleerd moeten worden met de juiste apparatuur en software. Dat kost geld en iets meer dan het symbolische bedrag van 1,30 euro per huishouden. Álle gemeenten zullen dus ook financieel over de brug moeten komen. Anders heeft de uitspraak dat journalistiek van groot belang is in ons democratisch bestel dezelfde waarde als een activist die actie voert voor eerlijke voeding, maar iedere avond zelf een plofkip op z’n bord pleurt.

Evert Cuijpers

Directeur Omroep Venlo

Omroepblog 4

Jeroen Wollaars, correspondent Duitsland voor de NOS, Nieuwsuur-presentatrice Mariëlle Tweebeeke, Merel Westrik van RTL Nieuws en oud-presentatrice Sacha de Boer, alle vier zaten ze afgelopen week bij Pauw aan tafel vanwege het zilveren jubileum van AT5 (Amstel Televisie 5). Mooie verhalen over hun eerste schreden op het journalistieke speelveld vulden de tafel. Vooral waren hun woorden doorspekt met liefde en dank jegens de lokale Amsterdamse televisiezender. Daar waren ze tegen muren aangelopen en hadden ze geleerd weer op te staan. Daar waren ze in het diepe gegooid en hadden ze leren drijven. Daar hadden ze het échte vak geleerd; de kneepjes, de valkuilen, de onmogelijkheden en de kunst de eerste twee letters van dat woord te elimineren.

Pauw eindigde dan ook met een warm betoog over het behoud en vooral het belang van lokale omroepen en journalistiek vanuit de haarvaten van de lokale maatschappij. Over de lokale omroep als kweekvijver voor de branche waar talenten de springplank vinden om provinciaal of landelijk te gaan. Voor de branche is dat belangrijk en Omroep Venlo is daar net als AT5 een goed voorbeeld van.

Wat Jeroen, Mariëlle, Merel en Sacha zeiden is waar: ambities zijn continu in strijd met financiën, vraag en aanbod matchen zelden. Bij een lokale omroep is deze wrijving een constante factor en naast de frustratie zo nu en dan ontstaat er juist ook veel moois; een schuurvlak waaruit innovatie ontspringt. Dat is belangrijk voor de hele sector. Net zoals het in een tijd dat iedere organisatie en ieder individu ‘zender’ meent te moeten spelen, belangrijk is dat er ook op lokaal niveau kwalitatief journalistieke duiding wordt gegeven.

Het ministerie van OCW en de VNG hebben met de planmakerij van de NLPO het belang van de lokale omroep onderstreept. Er ligt een transitieplan op tafel om tot organisaties te komen waarbij de kwaliteit van de output, de lokale identiteit daarvan, alsook de continuïteit van de bedrijfsvoering geborgd kunnen worden; van lokale omroepen naar streekomroepen. De kabinetsformatie is in volle gang en ik hoop dat de politiek betrokkenen ook naar de bewuste aflevering van Pauw gekeken hebben. Zeker ook op lokaal niveau is journalistiek een belangrijke drager onder de democratie zoals wij die kennen. Waarheidsvinding is immers niet iets waar commerciële organisaties zich mee bezig zouden moeten houden, daar is journalistiek voor. Of ze dat bij Google nu leuk vinden of niet.

102_tv regie 2-s

Lijstjes

Er zijn er iets meer dan tweehonderdzestig en deze week kregen we bericht tot de beste tien te behoren. De redactie van Omroep Venlo krijgt veelvuldig lijstjes toegezonden; de beste dit, de leukste dat en de tofste zo. Nu staan we dus zelf op zo’n briefje, tussen negen collega lokale omroepen die zijn genomineerd om tot de beste van dit land te worden uitgeroepen. Nu heb ik niet zoveel met lijstjes, maar laat ik eerlijk zijn; het waarom zorgde toch wel voor een sprongetje.
Het laatste kijk- en luisteronderzoek liet cijfers zien waarmee je thuis kan komen en een nieuw onderzoek staat op stapel. Nu al kunnen we zeggen dat door in online te investeren het bereik daar enorm gegroeid is en we er ook de jeugd aan ons weten te binden. Dat is belangrijk. Niet omdat we hip willen doen, maar omdat we er voor iedereen willen zijn. 
Aan Omroep Venlo wordt vorm en inhoud gegeven door een bonte mix van bevlogen mensen. Vrijwilligers, beroepskrachten, talent met ervaring en jeugdige gedrevenheid. Sommigen blijven, anderen niet. Dat er zijn die via Omroep Venlo de weg naar grotere roem vinden, is tof. Tof, maar niet belangrijk. Belangrijk is namelijk dat we een omroep zijn waar iedereen zich blijft ontwikkelen. Omdat we elkaar uitdagen om iedere dag weer die betere versie van onszelf te worden. 
De publieke taak behelst het verzorgen van nieuws- en actualiteitenprogramma’s. We doen echter meer, denk maar eens aan het culturele programma UIT!, LEF!, VVV-TV, Met het oog op Venlo, documentaires, de programmaserie Verborgen Verlangens en (veelal) live-registraties van o.a. de Venloop, Viva Classic Live, het Zomerparkfeest, VenloStormt, de intocht van sinterklaas en alles rondom Vastelaovend. Dat doen we niet alleen, maar samen met anderen. Met personen, organisaties en producenten. Omdat je samen verder komt en we continu verder wíllen komen. 
Daarom werken we ook intensief samen met L1, is er een samenwerking met Dagblad de Limburger in een politiek discussieprogramma en zoeken we pro-actief de cohesie op met omliggende omroepen bij de vorming van een streekomroep. Dat is belangrijker dan dat onze beelden met regelmaat worden overgenomen door bijvoorbeeld de NOS, SBS6, omroep MAX en Avro/Tros. 
In een eerste bondige motivatie zijn bovenstaande zaken dan ook niet door de jury genoemd. En terecht, want persoonlijk zie ik dit alles ook als secundair. Je focus op online zegt iets of je daar bent waar (een gedeelte van) jouw doelgroep zit, maar niets over of je het goed doet. Als een groot talent landelijk doorbreekt, zegt dat iets over dat talent en weinig tot niets over jou als omroep. Innovatie en talentontwikkeling zijn middelen en geen doel. Dat doel is dat je als medium relevant bent met kwalitatieve journalistiek en daarmee impact hebt. En juist dát werd door de jury aangehaald. Dat Omroep Venlo van constante waarde is voor de sector met een hoge kwaliteit aan journalistieke output. 
Ik heb dus niet zoveel met lijstjes, maar kon bij het lezen van déze jury-motivatie een klein sprongetje niet geheel onderdrukken.