1,5 meter vogel

Wat lekker is na een dag hard pezen? Juist ja, relaxed een rondje maken op hardloopschoenen. Zo ook gisteravond. Vaak trotseer ik dan de gevaren van de ‘grote’ stad. Maar dit keer geen proestende en hoestende types (zouden ze corona hebben?) op tweewielers voor me op de weg, roekeloos rijdende scooterridders en link kijkende dealertjes. Nee, gisteren bezocht ik het prachtige stiltegebied rondom het Zwarte Water. Zeker met zonsondergang een plaatje.

Na 4 kilometer onderweg te zijn, hoorde ik ‘m eerst. Een soort gegil. Nu hoor je wel eens vaker dieren, zeker in een natuurgebied, maar dat ik plots twee klauwen op mijn hoofd voelde en een enorme roofvogel van me weg zag vliegen, was toch nieuw. Snel de handen naar mijn hoofd, wrijven en kijken. Geen bloed, dat was gunstig. Ik keek om me heen, vooral naar achteren en naar boven, maar zag niets. Snel doorrennen. Toen hoorde ik ‘m aan komen suizen. Ik voelde instinctief mijn arm omhoog zwieren, mijn hand die hem raakte en de klap tegen mijn achterhoofd omdat hij mij met z’n linkervleugel ‘toucheerde’. Niet het type opgever dus.

Ik rende door en de gevleugelde vriend bewoog tussen de toppen van de bomen met me mee, wachtend op een nieuwe kans. Zijn gekrijs zwol aan. Ik werd vooral kwaad en besloot hem eens goed toe te spreken. Over dat hij zich vooral niets moest menen met z’n spanwijdte van zo’n 1,5 meter en over nu we het toch over 1,5 meter hadden; of hij soms niet wist dat we van Mark Rutte van elkaar moeten afblijven. Een derde aanvallende duikvlucht bleef uit; de preek was binnengekomen, al kan het natuurlijk ook geholpen hebben dat ik vijf minuten lang wild met mijn armen zwaaiend mijn weg vervolgde.

Naast stevige hoofdpijn is er weinig dat eraan herinnert. Geen noemenswaardige krassen of schrammen. Blijkbaar knippen buizerds, want dat was het volgens mij, ook hun nagels. Toch denk ik dat ik bij de volgende keer hardlopen weer eens kies voor een route in de schaduwen van stedelijke bebouwing. De vreemde vogels daar zijn een stuk voorspelbaarder.

Bij de 4 kilometer hadden we ‘onze ontmoeting’.
Foto van roofvogels-hw

Keepersfiliatie

Gisteren wonnen ze de beker in groep 1 van regio 3; FCV JO11-1 , het team waarin onze jongste onder de lat staat. Gisteren een week geleden werden ze al kampioen in de hoofdklasse en daarmee werd de dubbel een feit. Tijdens de bekerfinaledag die in Maasbree werd gespeeld, wonnen ze overigens niet alleen. Op het aanpalende veld veroverden hun makkers van de 12-1 eveneens het blinkend metaal en bij het laatste fluitsignaal wisten beide teams niet hoe snel ze bij elkaar moesten komen om dat samen te vieren. Het samen van FCV waar ik afgelopen week al een stukje over tikte.

In de luwte van het feestgedruis direct na de wedstrijd speelde zich op de Maasbreese velden iets moois af. Iets dat het competitieve van sport overstijgt. Een tafereel tussen twee jongens. Dezelfde leeftijd, dezelfde passie. Klasgenoten, maar spelend bij een andere club; de clubs die zojuist een ware bekerthriller op de mat hadden gelegd. Rivalen op het strijdtoneel maar wel allebei keeper en vooral dát, het keeper zijn, legde de connectie, meer dan het klasgenoot zijn. Omdat alleen keepers weten wat het is om keeper te zijn. Als een spits een kans mist, is dat jammer. Als een keeper de bal mist, telt dat meteen. Ook al begint het wellicht bij onnodig balverlies op het middenveld; het is toch de keeper die de bal uit het net mag vissen en de hoon in ontvangst mag nemen.

Gisteren ging het niet om wie het beste van het spel had, gisteren ging het om het winnen van de beker. En als er een winnaar is, is er ook een keeper die net iets vaker is gepasseerd dan zijn collega aan de overzijde, ook al hebben ze misschien wel allebei een wereldpartij gespeeld. In de luwte van het feestgedruis gebeurde er dus iets moois. De ene keeper lag op het veld, zoals je op het veld hóórt te liggen als de wereld alsnog voor even instort. De andere keeper ziet dit en zet het eigen juichen op de pauzestand. De juichende loopt niet meer juichend naar de treurende en zegt iets. Dan een hand, schouderklop, omhelzing en ook felicitaties voor een puike prestatie. Van de ene voor de ander. Rivaliteit verdreven door verwantschap. Die laatste is sterker. Keepers onder elkaar kunnen dat, begrijpen elkaar. Net zoals jullie vast begrijpen dat het met twee verse bekers in de vitrinekast afgelopen zaterdag nog lang onrustig bleef in ‘t Ven.

De tranen van ‘t Ven

Afgelopen zaterdag. Het was druk langs de witte lijnen van de voetbalweide. Ouders, familieleden, vrienden, verenigingsmensen en andere teams werden getrakteerd op een enorm spannende ontknoping in de hoofdklasse JO11-1. Het duurde tot drie minuten voor eindtijd dat een stormloop vol kansen uiteindelijk werd beloond met een doelpunt voor FCV. De laatste minuten intrigeerde vooral de discrepantie tussen de uitbundigheid om me heen en de combinatie van berusting en teleurstelling bij de supportersschare van de tegenstander. Het laatste fluitsignaal klonk en de vreugde uitte zich in het sterk oplopend aantal decibel, afkomstig uit de kelen van joelende ouders. Ik ontworstelde mij uit de schouderklopjes langs de kant en liep het veld in naar de elf kampioenen. Het veld rook al zoet van de kinderchampagne toen mijn telefoon met de videomodus op aan tussen de grassprieten werd gelegd en door het elftal omsingeld werd om hun yel voor het nageslacht vast te leggen. Pas toen voelde ik de betekenis van die yel. Waar door het trainerskorps maandenlang vakkundig aan is gesmeed. Deze elf hebben niemand nodig; ze hebben elkaar en niets anders telt. Wie van hen scoort is niet belangrijk, net zoals wie mist niet afgerekend wordt. Het samen vieren van succes en soms het samen verwerken van teleurstelling is wat hen samenbracht dit seizoen. Het samen FCV zijn, dát telt dit seizoen.

“Wae zien weej? FCV!”

Wat later die middag volgde was de huldiging. Een huldiging zoals die alleen maar op sportpark Arenborg kan plaatsvinden. Wel was het een uurtje wachten voor de 11-1 want hun kameraden van de 12-1 waren onderweg en zij hadden gebeld dit zeker niet te willen missen. Over clubgevoel gesproken. Een breed gremium aan FCV’ers vulde de kantine toen de klanken van Tsunami uit de luidsprekers denderden en de elf werden één voor één op unieke wijze door spreekstalmeester Bert door een erehaag het podium op gedirigeerd; Hidde, Milan, Jelle, Thijs, Tijn, Rens, Teun, Sam, Blendi, Tyrese en Cas. Ook daar op dat podium waar de spelers een voor een samenkwamen, kwam het pas echt los toen ze compleet waren. Het mooiste waren echter de tranen. De tranen van Tyrese en Sam. Geen tranen omdat ze geheel terecht door respectievelijk VVV-Venlo en Fortuna Sittard zijn ingelijfd, maar tranen omdat ze voelden hoe eenieder daar in die kantine hen dat enorm gunt en dat dát unieke FCV-gevoel een gemis gaat worden. Het gevoel van samen.

Samen leven ze ook naar aanstaande zaterdag toe. Naar de bekerfinale in Maasbree die een stadsderby is geworden. En ja, ze zullen voor de winst gaan, maar ongeacht de uitslag zijn de winnaars van seizoen 2018/2019 al bekend. Die zijn afgelopen zaterdag namelijk in ‘t Ven als kampioen gehuldigd. Samen. Met prachtige tranen.

Groene rook en vogelgezang

Kampioen worden is iets moois. Zeker als je jong bent en de beker na een wedstrijd op eigen terrein omhoog kan. En die beker ging vandaag omhoog, net zoals de joeksmobiel klaar stond en de zegetocht met de helden op het bovenste dek door ’t Ven trok.
FCV-Venlo is een fijne club. Plezier is daar belangrijker dan kampioen worden, maar als je dat wordt, neemt de jeugdvoorzitter de microfoon. En hoe. Zijn woorden-tsunami moet tot in Duitsland te horen zijn geweest. Net als dat de groene rookpluimen na het laatste fluitsignaal tot bij de Oosterburen te zien moeten zijn geweest. Het was groots en we zagen onze oudste en zijn team vandaag minstens tien centimeter groeien.
Een week geleden bleven de champagne, party poppers en rookbommen in de tas. Over het waarom schreef ik eerder en daar stond al een streep onder. Op de terugweg was het toen stil in de auto en wachtend voor het spoor zagen we drie kleine vogels op een tak van een dikke boom zitten. Ik twijfelde of ik het toen goed zag, maar nu weet ik zeker dat ze zachtjes gezongen hebben.

Geen cijfers maar letters.

Dat vijf weken training best weinig is voor een halve marathon. Dat ik op twee uur en tien minuten vertrok maar het echter zo lekker ging dat ik de target op tien kilometer bijstelde op een beoogde finishtijd van tussen de 116 en 117 minuten, net onder de magische grens van twee uur dus. Magisch voor mij in ieder geval. Bij de drankpost op 14 kilometer was ik er zeker van dat dit zou lukken en ik propte zelfverzekerd een halve banaan in mijn waffel. Op 14 kilometer en nog wat meters ontplofte mijn enkel en de magische twee uur grens ontplofte mee. Over dat ik uiteindelijk de stopwatch op 126 minuten stil zette; tot zover mijn Venloop 2016 in getallen.

Maar de Venloop is geen verhaal over getallen. De Venloop is een verhaal over wat een hardloopwedstrijd doet met onbekenden; over hoe het een band schept. Over hoe vreemden langs de kant je naam scanderen omdat die onder je loopnummer op je buik gedrukt staat en wat voor energie dat dit geeft. (Natuurlijk ook dank aan de vele bekenden die me succes toe schreeuwden!) Maar ook over hoe een Duitse loper je inhaalt en je bedankt omdat je bijna tien kilometer ongemerkt als zijn haas hebt gefungeerd. Of dat je bij een drankpost een stuk banaan pakt, die laat vallen en een vrijwilligster dit ziet en je achterna komt rennen met een nieuw stuk; dát is de Venloop. De betrokkenheid met elkaar. De lopers met de lopers, de vrijwilligers met de lopers, lopers met die vrijwilligers en lopers met het in enorme aantallen toegestroomde publiek.

De open trailers met dj’s en muziekgezelschappen, de kinderen die langs de kant staan om je een high-five te geven, die mannen met een schaaltje bitterballen die ik beleefd aan me voorbij heb laten gaan en de haast wulpse knipoog van een non in Steijl. De mensen in Blerick die me hielpen met het wegslikken van pijnscheuten in de enkel, kleine woordjes en klopjes van medelopers die het ademhalen makkelijker maakten; dát is de Venloop. Maar ook de vrouw die vlak voor het twintig kilometer punt op de stadsbrug van pure vermoeidheid vol met haar gezicht op het asfalt smakte. Ik ben voor even gestopt maar binnen no time was ze omringd met mensen in hesjes die betere zorg konden verlenen. Op de Parade stonden duizenden gezichten in rijen dik langs beide kanten van de laatste vierhonderd meters. Ze produceerden een haast gewelddadig aantal decibels. Het was echter het geluid van de smak die tussen mijn oren bleef weerklinken als een echo. Het enige gezicht dat ik nog zag was het kapotte gezicht van de vrouw die enkele minuten daarvoor naast me in elkaar stortte. Ik hoop dat het nu goed met haar gaat.

Alles heej…

Er wordt de laatste tijd veel op papier gezet over VVV, of zoals iemand van de gemeente Venlo (in zwaar beschonken toestand) heeft bedacht; VVV-Venlo. Veel op papier dus. In blogs, nieuwsberichten, achtergrondartikelen, opiniestukken, raadstukken, wandelgang-papiertjes en KNVB-agenda’s. Veel meningen ook van nog meer deskundigen. Je kunt er de Koel makkelijk mee vullen, met die deskundigen. Helaas hebben voetbaldeskundigen het echter te druk met hun mening om überhaupt naar het volksspelletje nummer één zelf te komen kijken. Zij gaan niet voor een volle Koel zorgen.
Idem geldt voor al die raadsleden die straks beslissen. Zij zijn vooral druk met kijken. Wegkijken én ver vooruit. Want het gaat om de komende generatie zeggen ze dan. En wat vindt die dan? Nou? Wij weten het. Dankzij het testpanel van vandaag. Juul, Stan, Arthur, Justin, Stan en Hidde togen naar de Koel en vonden de entree al geslaagd. Niets meer aan doen, aan dat parkeerterrein. Waar ze in het Roda-stadion voor veel geld een trampoline-park willen laten verrijzen, hoef je in Venlo maar even met je auto gas te geven voor niet te evenaren skippybal-effecten.
Eenmaal binnen werden ze gunstig gestemd met koolzuurhoudende frisdrank. En boeren mocht, zo hoort dat immers in een mannenwereld. Met enige vertraging omdat wat eerste elftalspelers graag met de jongeheren op de foto wilden, werden de beroemde en alom vereerde traptreden afgedaald voor de entree van het hoofdveld. De meegenomen bal ging van voet tot voet, belandde zo nu en dan tussen de palen in de doelnetten en af en toe héél hard tegen een kinderhoofd. Het kon de pret niet drukken.

Terug binnen werd om een rondleiding gevraagd. Die kregen ze. Ze lieten niet veel los van wat ze vonden, de club van zes. Wel hadden ze dorst. En of ze die grote beker niet mee mochten nemen. Nee, dat kon niet. Wel zeiden ze bij de Koelclub dat ze erg blij waren dat de zes waren komen kijken. En blij om hun mening, ook dat. Om de deskundigheid van die mening voor alle zekerheid te staven, werden de zes nog kort onderworpen aan een test. Bij welke club Guus Joppen nu speelt? ‘Barcelona.’ Hoeveel toeschouwers een gemiddelde thuiswedstrijd van VVV trekt? ‘Drie!’ Wat een voetballer op de wedstrijddag eet? ‘Friet’. Met vlag en wimpel dus.
Conclusie; VVV moet blijven, VVV is tof en VVV kent hele leuke verjaardagsfeestjes.