Clowns

Post vier belde en eigenlijk bleek dat al overbodig want de lichtbundels van de zaklampen zagen we al van veraf tussen de bomen door de hoek om komen. We hadden hen ook al geschrokken horen schreeuwen en nu hun komst zichtbaar werd, was het onze beurt; aan mijn kompaan nadat ze dachten het ergste te hebben gehad, maar eerst dus aan de met een kettingzaag gewapende en tot horrorclown getransformeerde ik. De hele setting in het donkere bosgebied van Haelen had overigens een niet door onszelf geregisseerde extra dimensie gekregen toen een politiehelikopter boven ons bleef cirkelen en internet ons liet weten dat die op zoek was naar voortvluchtigen van een steekpartij. Het was maandagavond en er stond een griezeltocht op het kampprogramma van Groep 8.

De door de groep kinderen voortgebrachte lichtbundels deinden haast melancholisch op en neer en kwamen gestaag mijn richting op. Zelf was ik inmiddels zo’n honderd meter in de duisternis ongemerkt door het bos hun kant opgerend. Ik besloot nog even te wachten tot ze nog iets dichterbij waren, maakte stilletjes excuses aan alle fauna om me heen en liet toen de decibels uit de kettingzaag door het luchtruim ronken. Waar de lichtbundels meteen als bevroren tot stilstand kwamen, brachten mijn benen mij in toenemende snelheid in hun richting om mij, toen ik vlak voor hen stond, hard te laten gillen en sprintend terug te brengen naar de plek waar de andere vader zich inmiddels verscholen had in de bosjes en voor het echte verrassingseffect mocht zorgen.

Tussen het gillen, de angstige momenten en tranen door, was het vooral een hele toffe maandagavond. Net als de avond die volgde waarop de voorheen luizenmoeders smokkelwaarposten werden, de schooljuf als primus inter pares orde bracht en de vaders in hun rol als douane enkel focus hadden chaos in die orde te scheppen. Allen met één doel: het maken van mooie herinneringen voor de kinderen van die hele leuke Groep 8.

Het kamp is voorbij en met loodzware oogleden zit, hangt en ligt de kroos nu uitgeteld op de bank. De herinneringen blijven en ze weten dat al wat daar aan bijgedragen heeft nep was; het camouflagepak van de douane ligt inmiddels bij de was, de heksenmutsen weer in de vastelaoveskast en de horrorclown is afgeschminkt. Over omvergereden hekken op het Malieveld, clowneske types die grootmachten besturen, stikstofdiscussies en over dat de dader van de steekpartij nog altijd niet is gepakt, hebben we het maar even niet meer gehad.

Erg?

We zijn in Frankrijk en Frans is niet mijn taal. De klankkleur vind ik prachtig, maar van begrip, laat staan reproductie, is nauwelijks sprake.

Erg?

Neen. De les van een week hier zijn, is dat het heerlijk is om te navigeren op klankkleuren. Dat het niet belangrijk is om alles mee te krijgen, alles meteen te verstaan. Een stap opzij zetten en de informatiestroom langs je heen laten gaan is een haast bevrijdende gewaarwording. Het niet beheersen van een taal helpt daar enorm bij. Luisteren naar intonatie en non-verbale communicatie blijken dan plots grootleveranciers van het echte begrijpen. De stap van begrip naar reflectie wordt dan slechts een hele kleine.

Zo was er eergisteren het tafereel van de moeilijk lopende man die, naar ik vermoed, zo’n zeven minuten nodig had om op de rand van het zwembad te gaan zitten. Het ongemak van er naar kijken deed aanvankelijk pijn. De blik op zijn gelaat bij de aanraking van het water, communiceerde echter iets heel anders dan pijn. Intense blijdschap kwam denk ik het dichtstbij. Net als bij de stralende vrouw die later opdook en parmantig en vol trots haar nieuwe jurk showde. Mooi geluk in gewone dingen. Zoals de magerste van het stel die de oudste, dat baseer ik enkel op uiterlijk, op een intense omhelzing trakteerde. Een dikke minuut lang en dat is lang, een minuut omhelzen. Gewoon omdat hij er voor hem was.

Ik zou liegen als ik hier zou schrijven dat ik me niet geërgerd heb aan het ontbreken van 4G en de waardeloze wifi alhier. Ik wel, zij niet. Het is een fascinerende groep. Enkele van hen met het syndroom van Down, sommigen reizen om andere redenen onder begeleiding. Beiden zijn helden; de begeleiders en de begeleiden. Beiden rijden in de laagste versnelling, navigeren op klankkleur en nemen de tijd om uit het raam te kijken en met volle teugen te genieten van alles wat er voorbij komt. Zonder 4G, zonder Wifi en zonder kennis van die Franse taal.

Het witte zwembad

Van witte wijken had ik al eens vaker gehoord. Evenals van witte scholen en witte sportverenigingen. Vandaag was ik in een wit zwembad en die gekleurdheid drong pas tot me door toen ik er al zo’n anderhalf uur was. Toen er een donkere jongen de door meivakantie vierende kinderen geannexeerde zwempiste betrad. Ik zag hem pas toen ik hoorde dat er iets op de piste was gebeurt. Toen een verandering in de atmosfeer mij op deed kijken van het boek dat ik las. Omdat de constante stroom aan decibels plotseling in kracht afnam. Niet het geluid van stromend en spetterend water, dat bleef. Net als dat het gejoel, het enthousiast schreeuwen en lachen van de kinderen bleef. Van de meeste dan. Het waren de ouders aan het tafeltje naast mij, allen moeders, die plots zwegen. Toen die witte ouders van de witte kinderen in dat witte zwembad zomaar een donker iemand hun territorium op zagen komen. Een kind nog weliswaar, maar een echte neger! Omdat negers gracieus lopen, liep deze neger ook gracieus en zijn gang was prachtig te volgen tegen de mooi contrasterende achtergrond van het witte tegelwerk van het witte zwemparadijs. Als een van de witte zwemmende kinderen suïcidale neigingen had gehad dan was dit hét moment geweest; geen enkele ouder die meer op zijn kind lette. Omdat het negerkind al hun aandacht genoot. Die liet dat overigens niet merken, omdat hij het zich waarschijnlijk heeft aangeleerd om niet te laten merken dat al die starende blikken wel degelijk iets met hem doen. Dat het hem van binnen helemaal openrijt. Hij liet dat dus niet merken en de witte ouders van de witte kinderen in het witte zwembad zagen het dus niet en iedereen ging gezellig met alles verder. De kinderen met zwemmen en hun ouders met naar het negerkind staren. Gezellig en orderlijk. Het was naast een wit ook een heel schoon zwembad met nette mensen die doen wat er op bordjes en stickers op de witte tegels staat; niet springen van de kant, geen eigen meegebrachte etenswaren consumeren en nog wat van die dingen. Er hing alleen een bord te weinig.
Ondanks alle vroomheid ontstond er toch nog enige commotie aan het tafeltje naast mij. Een van de peuters was hard gevallen op de witte tegels. Hij werd naar zijn moeder gebracht door de donkere jongen, maar nu hij zo dichtbij was, keek niemand meer naar hem. Kort kruisten onze blikken en ik stak een duim omhoog. Ik kreeg er twee van hem terug.

Virtual Reality; meer dan realiteit

De langste en meeste spectaculaire achtbaan ooit; ik mocht er in. Voor de eerste keer in een helikopter en dan ook nog eens boven het Afrikaanse Kruger National Park. Maar ook dichter bij de dieren, wat heet; een meter van een leeuw en in een bootje tussen badende olifanten. Niet veel later stond ik tussen de cheerleaders op de middenstip van een kolkend stadion vlak voor aanvang van de Super Bowl. Een licht briesje, hun rokjes waaiden op, ik bukte en… En toen moest ik de Oculusbril afzetten omdat mijn beurt om was.

 

Een eerste ervaring met virtual reality (VR) is spectaculair. Maar nog veel spectaculairder is hoe dit de wereld gaat veranderen, want dat gaat het! Niet enkel door het binnenstappen van een andere wereld door het opzetten van een bril, maar nog veel meer verwacht ik van het areal reality (AR); als een digitale layer die aan de echte wereld wordt toegevoegd voor de massa toegankelijk wordt. De mogelijkheden zijn ongekend.

 

En ja, de sceptici beginnen zich te roeren. Leuk, onzin, wat hebben we er aan, iets voor de game-industrie maar niet meer; dat zijn de zinnen die ze produceren. Ze hebben het mis. Tal van verdienmodellen zijn denkbaar. Kijk maar eens naar de problemen van het online shoppen. Zo’n zestig procent van de online gekochte mode-artikelen wordt geretourneerd en het overgrote deel van die goederen komt nooit meer terug het verkoopkanaal in. Omdat de handlingskosten de marge overstijgen en omdat de snelheid waarmee mode evolueert incourant maakt. Omzet maken lukt velen online, winst maken slechts een enkeling. Maar wat nu als we ons met VR voor een spiegel kunnen projecteren en holografisch kleding kunnen passen. Door de investering van het bouwen van zo’n paskamer zou het percentage retouren zou wel eens drastisch kunnen gaan kelderen, opdat er online wél wordt verdiend. Is écht passen in een échte winkel dan niet leuker, socialer en prettiger? Ja, maar er is een online behoefte en díe blijft.

 

Maar ook bij de woningbranche; wat nu als je met VR huizen kunt bezichtigen. Of betreedt de digitale versie van je eigen woning waar je vloeren kunt veranderen, kunt kijken wat andere frontjes op je bestaande keuken zouden doen en of retro-gordijnen echt wel zo hip staan op je slaapkamer. Allemaal voorbeelden die de consument zekerheden verschaffen waardoor de VR-service aanbiedende bedrijven een flinke voorsprong krijgen op hun concurrentie. Zelfs in de horeca, want wat zou er nu leuker zijn dan een VR-menukaart waarbij je zelf plots op die vissersboot vaart, tussen de aspergestekers staat of mee druiven plukt in het zonnige Bordeaux waarvan die fles wijn op de kaart aangeprezen wordt. Het zorgt voor een nieuwe dimensie. Het brengt beleving in een belevingsmaatschappij.

 

VR en AR dus. Het is er al en het wordt iedere dag sterker, beter, mooier en groter. Er hoort ook groot denken bij door ondernemers en marketeers. Mijn advies; als je nog niet begonnen bent met erover na te denken, begin dan nu. Anders denkt het straks voor jou.

FullSizeRender

PS.

Oh ja. Mocht er hier een marketeer in de zaal zijn die zich afvraagt of dit alles vervangt? Nee, het komt erbij. Het is productbeleving; het maakt het door jou te vertellen verhaal dus mooier. It’s all about storytelling. Het vertellen van dat verhaal blijft echter jouw taak. Sterker nog; het wordt steeds belangrijker. Juist daarom zijn ‘ouderwetse’ op branding gerichte campagnes weer in opkomst. Op printmedia en vooral het platform TV of audiovisueel op online. Geen quick-win en cijferfetisjisme met standaard bannercampagnes maar het echte ambachtelijke marketingvakwerk.

Wat ben je zelf van plan er aan te doen?

Bij het bedenken, verfijnen en uitschrijven van campagnes moet ik rust hebben. Getelefoneer om me heen, het ‘Kun je even meekijken?’, ‘Heb je het gehoord van …?’ en kantoormoppen horen niet altijd bij mijn definitie van rust, zodat ik dan ook wel eens de luwte van een horeca-establishment opzoek. Mijn MacBook en ik. Zo ook deze ochtend. De rust duurde daar zo’n tien minuten; toen namen een zenuwachtig ogende vrouw en een naar schatting wat jongere man plaats aan het tafeltje naast mij. Ze spraken luider dan me lief was en zodoende werd ik gedwongen hun relaas te volgen.
Zij was werkneemster, al twaalf jaar, en had het gesprek aangevraagd met hem, iemand van personeelszaken zoals ik al snel begreep. Het ging niet goed. Problemen met haar nieuwe coach (vroeger noemden we zo iemand nog leidinggevende maar dat schijnt niet meer hip te klinken) die er pas een half jaar werkte. Ze had altijd ruimte gekregen om met ideeën te komen, waarvan er velen waren geïmplementeerd, maar nu werd alles door het nieuwe opperhoofd kort geslagen volgens de vrouw. Het ging enkel nog maar om cijfers en er was een sfeer ontstaan waarbij collega’s elkaar niet meer aanvulden maar juist tegenwerkten door hun natuurlijke overlevingsdrang in een slagveld van onrealistische individuele targets. Over haar eigen hachje maakte ze zich geen zorgen zei ze; al het zesde jaar op rij was zij de best scorende accountmanager. Wel vroeg ze zich ernstig af of het nieuwe regime niet schadelijk zou uitpakken voor het totaalresultaat op de langere termijn. Ze zei zich enorm betrokken te voelen bij het bedrijf en de klanten waarvoor ze werkte en vond dat het niet de goede kant op ging.
Het had haar al weken niet los kunnen laten; ze had er buikpijn van en nam deze ook mee naar huis waar ze samen naar bed gingen en opstonden. Vandaar dat ze toch een gesprek had aangevraagd en ze was blij dat ze hier nu met hem zat. Of hij haar verhaal herkende en of hij haar kon helpen waren haar vragen. De jongeman in pak en stropdas had nog weinig gezegd, wel had ik hem af en toe iets op zijn telefoon zien tikken. Hij kwam niet met antwoorden maar met een tegenvraag: ‘Wat ben je zelf van plan er aan te doen?”. Uit het boekje dus en de vrouw waarmee ik haast medelijden kreeg, liep vol in de messcherpe bladzijden van het hoofdstuk ‘Pareer-vragen’. Uiteindelijk liep ze met betraande ogen na twintig minuten weg, tikte de mannelijke personeelsfunctionaris nog wat voldaan op zijn Samsung-verslaving en typte ik snel deze blog voordat ik verder schreef aan de campagne waarvoor ik daar was gaan zitten.

 

Omdat ik verhalen zoals het bovenstaande steeds vaker hoor. ‘Wat ben je zelf van plan er aan te doen?’ Kom op! Als mensen een probleem met iemand delen en erover willen praten dan hebben ze verdomme al het nodige gedaan. Hun schroom overwonnen, die iemand gebeld voor een afspraak, hun verhaal verteld en de vraag gesteld die voor velen heel moeilijk is, namelijk: ‘Zou je me willen helpen, ik kan het niet alleen.’ Vaak worden ze dus totaal niet serieus genomen, op tegen arrogantie aan-schurende wijze zelfs. Omdat veel managers en zelfs sommige P&O-mensen niet begrijpen, omdat het hen ook niet meer geleerd wordt, dat hun eigen output wordt bepaald door de output van aan wie ze leiding geven. En die output wordt in ieder geval niet beter door de socioloog/psycholoog uit te gaan hangen. Wel door je mensen te helpen. Door naar ze te luisteren, door hen serieus te nemen en hen te faciliteren in het boven zichzelf uit te stijgen. Voor dat besef moeten veel managers eerst zelf geholpen worden. Maar die moeten dan wel willen afdalen van hun totempaal waar ze voor zich uit staren, zoekende naar of het gouden idee niet ergens in de wolken geschreven staat, daar waar hun eigen mensen op de vloer het hopeloos springend willen aanreiken. Maar die worden niet gezien en hun geluid wordt genegeerd omdat ze geen manager maar gepeupel zijn. De maatschappij is aan het doordraaien en ik moest denken aan De Afvallige van Jan van Aken (leestip!) waarin iedere andere, zeker de andere met een afwijkend denkpatroon of overtuiging, de afvallige is. Het boek begint met een paalzitter…

 

Oh ja, omdat ik niet houd van iedereen over één kam scheren; er zijn warempel ook hele goede managers, leidinggevenden of coaches zoals u wilt. Oprechte mensen die niet hun eigen antagonist zijn. En al zijn ze in de minderheid; ik maak er een aantal van dichtbij mee en dat is dan weer mooi.

Weekoverzicht van contrasten.

Het kind dat hij op z’n arm droeg. Doodsbang. Van hem, de piemelschreeuwer. Spijkenisse baadde in het daglicht. Het was er echter inktzwart, zó donker.

Bonnetje was foetsie. Kwijt gemaakt door anderen. Voorgoed. Toen toch niet. En toch weer wel. In opdracht. Wat nu anderen? Foei maar ach. In Den Haag namen ze het licht op. Altijd licht daar in Den Haag. Maar wel gedoofd. In een pot vol duisternis.

Neerslag. Confetti. Prinsen zagen het levenslicht na maanden in embryonale duisternis. Donker wordt licht, licht dempt. In felle vastelaoveskleuren. Het feest waar nieuwe contrasten de gangbare verdrijven.

Zwaar onweer. Boven mijn stad. Bij oud-collega’s en branchebroeders. Mensen op straat, ondanks het hondenweer. Lokale iconen. Niet te filmen, niet meer. Respect voor hen. Voor wat ze betekend hebben. Voor hun reacties. Want ze reageerden, maar niet door een donkere bril.

Omdat bij donker licht het licht zelfstandig is en donker slechts bijvoeglijk. Geen licht-donker dus, maar altijd donker licht.

Serious Hug

Ik vond het lastig,

in een land waar haat-zoekers achter een pruik dragende politicus aanhollen.

Ik vond het lastig,

in een land waar politici toegeven aan door een pruik dragende politicus gedicteerde oprot-leuzen.

Ik vond het lastig,

na een jaar waarin is gebleken dat malverserende politici het ridicule wachtgeld te weinig vinden en in het pluche blijven.

Ik vond het lastig,

in een jaar met dode moeders op de zeebodem, dode peuters op stranden, dode tieners in een pophal en een in staat van ontbinding geraakte verzorgingsstaat.

Ik vond het lastig om dan iedereen fijne feestdagen te wensen. Tot gisteravond toen ik met mijn gezin tussen de warmte en eensgezindheid voor het Glazen Huis in Heerlen stond. We bewogen met de deinende massa mee naar een plaatsje voor de brievenbus. We hebben geen notering in de Quote 500, allesbehalve dat. We kennen ook geen armoede, verre van dat. Gelukkig. Gelukkig kunnen we wel wat doen voor mensen die daar wel onder leiden en onze handen geleidden dan ook wat van ons spaargeld door de bekende gleuf. We bleven nog even en één voor één nam ik de kinderen op de schouder die met volle teugen genoten. ‘We zijn in beeld, pap!’. Een wat ouder echtpaar voor ons genoot ook. Van hun stralende gezichtjes. De vrouw maakte een praatje, ze vond het geweldig dat we de rit van een uur hadden gemaakt naar hún Heerlen. Ze was leuk, oprecht en hartelijk voor onze kinderen. Ze had ook geschonken terwijl haar kleren verrieden dat ze het geld amper zelf kon missen. Het scheelde niet veel en ze had ons geknuffeld. En ik kan u zeggen dat ze van ons een knuffel terug had ontvangen, een hele dikke. Dankzij en ook namens dit mooi mens wens ik jullie allen dan ook veel knuffels voor de komende dagen!

FullSizeRender