Corona [omroepblog]

Vele malen is aan mij de vraag gesteld wat ik vind van alle afgekondigde maatregelen. Het antwoord was, is en blijft dat wat ik vind er niet toe doet. Rustig blijven en adviezen opvolgen is het devies.

Zorg voor jezelf en vooral voor de ander. Sommige mensen hoor je zeggen dat we niet in de toekomst kunnen kijken. Een collega zei daar vanochtend terecht het volgende over: werp maar eens een blik op Bergamo en we zien onze toekomst over twee weken als we blijven doen wat we altijd deden.

Sommigen vinden dat ze nog altijd eigen keuzes mogen en kunnen maken. Dit in tegenstelling tot het coronavirus zelf; dat maakt geen keuzes, kijkt niet naar huidskleur, seksuele voorkeuren, geloofsovertuiging, politieke geaardheid, sociale gelaagdheid of afkomst. Corona heeft ook geen mening, in tegenstelling tot hoe wij ons doorgaans gedragen op bijvoorbeeld Facebook. Daar hebben we niet alleen een mening, maar voelen we ons ook geroepen om onze mening te verkondigen over andermans meningen of keuzes en vervolgens de meningen dáárover. Eigelijk een perfecte metafoor voor wat één besmet persoon teweeg kan brengen…

Gelukkig zie ik ook een nieuwe beweging op social media ontstaan. Berichten van waardering voor mensen die in vitale sectoren keihard voor ons knokken, steun voor mensen en organisaties die in financiële zin een harde beuk krijgen en initiatieven van mensen die hun hulp aanbieden aan wie dat heel hard nodig heeft. Omroep Venlo wil ook deze mooie kant van de bizarre tijd waarin we ons bevinden een gezicht geven en roept iedereen op hiervan filmpjes te sturen naar nieuws@omroepvenlo.nl.

In een stukje op het internet las ik een citaat van de Italiaanse premier Giuseppe Conte en daar sluit ik graag mee af: ‘Laten we vandaag op afstand blijven, om elkaar morgen nog sterker te omarmen.’

Evert Cuijpers
Directeur Omroep Venlo

Notre-Dam

Parijzenaren die veelal met tranen over de wangen en het ongeloof in de ogen de atmosfeer vulden met gezang. De camera die een shot naar links maakt en een brandende Notre-dam voor de lens krijgt. Kippenvel. Tussen de hoos aan content met hashtag Notre-Dam kon ik het filmpje zojuist zo een-twee-drie niet meer vinden. De hoos aan tweets en posts bevat een mengeling aan oprechte verbijstering en de ik-moet-ook-laten-weten-het-erg-te-vinden-gebral. In die laatste categorie herken ik heel wat beleidsmakers en politici tussen de toetsenbord-ridders op social media. Lui die met woorden oreren cultuur van enorm belang voor de maatschappij te vinden en tegelijkertijd in daden de cultuurpotjes als eerste weten te vinden bij weer een bezuinigingsronde. Ik vraag me af of ze de Notre-Dam ooit van binnen hebben gezien. Of een theater, concertgebouw of poppodium.

Het zijn dezelfde mensen die onafhankelijke journalistiek, de waakhondfunctie en waarheidsvinding daarvan in woorden tot groot maatschappelijk belang voor de democratie uitroepen. Zeker op lokale schaal, want daar kom je het dichts bij de burger en de afstand tussen politiek en burger moet kleiner zo roept de politiek. Maar tussen roepen en doen zit een grote discrepantie zo is gebleken. Gelukkig weet Omroep Venlo zich met een goede ploeg bevlogen vaklui en hard pezen goed staande te houden, maar in het landschap om ons heen stapelen de brokstukken van ineenstortende omroepen en lokale uitgevers zich op. Als Den Haag enkel blijft struikelen over hun eigen trompetgeschal, slaan de vlammen alleen maar verder om zich heen. Niets doen is ook een vorm van medeplichtigheid aan de teloorgang, net als de meeste ik-moet-ook-laten-weten-het-erg-te-vinden-tweets. Ik ben dan ook niet geïnteresseerd in wat ze vinden, wél in wat ze daadwerkelijk gaan doen.

Foto: Newsweek

De recensie

Ik zit aan de eetkamertafel met in mijn rechterhand een mok dampende koffie. Links van mijn MacBook een porseleinen schaaltje met de chocolade kransjes die de kerstdagen hebben overleefd. Mams is werken en de kinderen zijn druk met spellen, hun smartphones en vooral met elkaar. Zelf kom ik geen letter verder en het scherm en ik staren elkaar aan, beiden leeg.

Schrijf dan een recensie!

Een bevriende stadsgenoot beval het me bijna, maar het leek me meteen een goed plan. We hadden het allebei gelezen, althans, we zaten er nog midden in. Nog niet uit, niet door te komen ook. We vonden veel van hetzelfde, maar ook waren we het soms niet met elkaar eens. Over het plot bijvoorbeeld. Lag dat aan ons? De perceptie vanuit onze eigen bubble? Waren het de vele inconsequente personages? Waar wilden de schrijvers van deze verhalenbundel heen? We kwamen er niet uit.

Schrijf dan een recensie!

Dat leek dus een goed idee, maar ondertussen is het schaaltje met kransjes leeg en het beeldscherm voor me nog maagdelijk. Waarom was ik het gaan lezen? Het zou over ontmoetingen gaan, zo had ik ergens gehoord. Andere aanbevelende teksten repten over echte vriendschappen. Niet geromantiseerd, maar écht. Dagelijkse gebeurtenissen in een decor van voor eigelijk iedereen herkenbare situaties. Dáárom was ik het gaan lezen. Ik hoopte een prachtig boek te mogen consumeren.
Aanvankelijk voldeed het aan mijn verwachtingen. Pas later kwam de verwarring.

Naar mate dat ik meer las en verder in het verhaal geraakte, realiseerde ik me hoe verbluffend goed en realistisch het geschreven was. Alles kwam er samen; rijk en arm, goed en slecht, minder en meer begaafd. Dat van die ontmoetingen klopte dus. Maar ze werden steeds grimmiger van aard. Er tekenden zich kampen af op verschillende thema’s. Een kamp van tegenstanders en het kamp van tegen de tegenstanders. Ergens vóór zijn bleek lastig voor alle hoofdpersonages. Er was ook een groep die het niet meer wist. Die waaide met iedereen en alles mee en het werd er niet duidelijker op. Wel onvriendelijker; doodsverwensingen aan steeds meer adressen en akelige dingen die ze met de daar woonachtige familieleden moeten doen. Verkrachten of hun huizen in brand steken, zo’n dingen. Ook de gaskamers moesten weer open, zo werd meermaals onder luid gejuich gesuggereerd. Zelfs personages waarmee ik zowaar dacht op eenzelfde golflengte te zitten, begonnen tot mijn grote verbazing lelijke dingen te zeggen.

Ik voel me dus bedrogen door het boek. Misleidt door de flaptekst en bezeikt door vele personages. Niet allemaal, dat zeker niet, maar er zijn er steeds meer die zich laten meeslepen. Steeds meer personages die in de grofst mogelijke taal andere mensen de hel op aarde toewensen. Steeds meer die oproepen tot haat. Steeds meer die vergeten zijn wat de geschiedenis ons heeft geleerd. Het boek is rijk geïllustreerd met vrolijke beelden, dat wel. En ja, er zijn dus ook nog vele goedbedoelende karakters. Gelukkig wel. Maar de groep die de schaamte voorbij is en hun ware aard toont, is groeiende met een zorgwekkend tempo.

De Facebook-editie van 2016 krijgt van mij dan ook één ster. Eén, geen nul. Hoop op beter moet je koesteren. Altijd!

20 cent

http://youtu.be/1VvapnbuRJo
Pap, kun je voor mij een eigen YouTube-kanaal aanmaken? Zijn stemgeluid klonk vanuit de voorkamer waar de vragensteller (7) met zijn oudere broer via de xbox filmpjes keek van Dylan Haegens. Ik haat Dylan Haegens, althans dat vreselijke “HEEEYY MENSEN’ waarmee hij ieder nieuw filmpje begint. Ook de humor van Dylan begrijp ik niet hetgeen ook aan mij kan liggen want vooral de jongens hier lachen er vaak tranen met tuiten om. Onze dochter zit qua leeftijd tussen de jongens in maar in YouTube-gedrag zit ze heel ergens anders. Ik geloof dat ze momenteel een online cursus kinderdokter worden volgt.

Een YouTube-kanaal?

Já, een eigen. Hidde Cuijpers Pro of zo. Kan ik geld verdienen!

Hij kwam naar de keukentafel rennen waar ik zat te werken.

Geld verdienen? Ik probeerde zo serieus mogelijk te kijken. Inmiddels was de oudste ook in de keuken, legde zijn smartphone aan de oplader en stak deze in het stopcontact bij het kookeiland.

Ik heb Hidde verteld dat je twintig cent krijgt per duizend views. Doe nou maar, pap.

Tien minuten later stonden we samen met een masker van Spiderman en een Star Wars-zwaard midden op de Grote Heide. Het duurde al met al drie minuten en toen zaten we alweer in de auto terug naar huis. Hij had alles al uitgedacht.

Gaan we het nu online zetten?

Jep.

Kun je het nu ook op jouw Facebook zetten?

Nee man, je wilt toch geld verdienen?

JA! SUPERVEEL!

Nou, vervolgde ik. In Venlo begint nu de vastelaovend. Dan kijkt hier echt niemand op het internet.

Tot wanneer duurt vastelaovend?

Tot woensdag.

Kun je dan woensdagmorgen plaatsen?

Lijkt me niet handig. Woensdagmorgen ligt iedereen in bed en die niet in bed ligt is aan ’t graeke. Omdat ze moeten werken en die vrij hebben omdat de vastelaovend voorbij is. De vrouwen graeke op de mannen die vrij hebben maar niet meehelpen met opruimen omdat ze de kater uit moeten laten en de mannen graeke omdat hun vrouwen graeke dat ze niets doen en het dus echt niet in hun hoofd moeten halen om wél te gaan hiéringschelle.

En woensdagavond dan?

Woensdagavond lijkt mij heel goed. Net voor het hiéringschelle.

op je tellen passen!

Ik durf ze niet te tellen. De blogs die er inmiddels geschreven zijn over social media. Als belofte, als etterpuist van de samenleving, als verlossing, deceptie en alles wat daar tussenin laveert.

Ik durf ze niet te tellen. De bomen die gekapt zouden moeten worden om al die blogs vol woorden over digitaal geplaatste woorden op papier te zetten. En voor de kasten omdat boeken het mooist staan in kasten, het liefst van hout, zeker de boeken over social media waar iedereen houterig in z’n eigen gelijk gaat staan.

Ik zal er hier op passen, op mijn tellen. Want op social media telt men graag de brokken in je mond (overigens mits dat men er in slaagt tot drie te tellen). Maar al die over elkaar heen struikelende meningen op social media zeggen me niets. In tegenstelling tot de wijze waarop ze worden geuit. Want daar waar ouders hun kinderen willen beschermen voor het geweld in spelletjes als GTA, putten ze in hun eigen ‘redactionele’ dwangneurose op ‘social’ platforms als Facebook uit een vocabulaire dat het daglicht niet verdraagt. Dat baart zorgen.

Net als de in aantal toenemende vreemde vriendschapsverzoeken die me bereiken op platforms als Facebook en LinkedIn. Ava’s van dubieuze heerschappen en schaars geklede dames vinden mijn account en ik vraag me af waarom. Heel soms accepteer ik een onbekend iemand in mijn digitale kaartenbak. Uit nieuwsgierigheid die vervolgens nooit wordt bevredigd met een antwoord. In 2015 kun je veel vrienden hebben. Dat je ze niet kent, ze nooit ziet en dat er nooit een dialoog plaatsvindt, telt niet. Het aantal digitale vrienden die je digitale vrienden op jouw account kunnen tellen; dat telt blijkbaar. Dán tel je pas mee.  Dat baart zorgen, maar krijgt geen zorg.

December is de maand van het tellen. Het uittellen van welke zorgverzekeraar het komend jaar voor jouw situatie het meest gunstige aanbod heeft. We letten dan op het aantal behandelingen bij een fysiotherapeut, of op een plaswekker wordt gedekt en zelfs de vergoeding op een flapoor- of schaamlipcorrectie zullen bij sommigen doorslaggevend zijn voor de keuze die ze maken. Ieder z’n ding zou ik zeggen.

Miljarden pompen de verzekeraars in marketing om zoveel mogelijk zieltjes te winnen. Waar ze aan voorbij gaan, is aan de digitale littekens op die zieltjes. Want velen zijn juist ontzield als gevolg van dat zij hun eigenwaarde ontlenen aan de score van hoeveel digitale vrienden ze hebben, het aantal likes dat hun posts genereren en of hun mening wel eens digitaal wordt gedeeld. De zorgverzekeraar die op recept de aankoop van digitale vrienden gaat vergoeden, zou wel eens absolute marktleider kunnen worden. Zijn de dagen van gewoon geluk geteld?

Twitter, blogs & Schultenbräu

We hadden elkaar al een hele poos niet meer gezien. Poos in de definitie van enkele jaren. Die jaren waren zichtbaar. Mijn weelderige krullen hebben inmiddels plaatsgemaakt voor een gemillimeterde coupe (omdat ’s ochtend je haren kammen met een washandje best tijd scheelt, al was het maar omdat je die plakkerige gel, mouse of wax niet meer van je handen hoeft af te schrobben), en wat bij mij aan haarvolume minder was geworden, had hij aan buikvolume gewonnen. We stonden naast elkaar aan de pomp bij het tankstation omdat onze auto’s op hetzelfde moment dorst hadden, toen hij riep en we besloten zelf ook maar een bakkie te doen.

Ik ben je altijd blijven volgen

Wat hij nu deed, hoe het ging, over zijn vrouw, of de kinderen het leuk deden, hoe lang het nu ook al weer geleden was; een tsunami aan clichévragen hoorde ik uit mijn eigen keelgat opstijgen. Hetzelfde, de rest goed en hij dacht drie jaar; ik was weer bij. Híj had maar één vraag. Hij vertelde namelijk alles al te weten; omdat hij fervent lezer was mijn tweets en blogs. En daar ging zijn vraag over. Over waar ik in godsnaam de tijd vandaan haalde? Meer dan 7.500 tweets en tientallen blogs; hij vond het enorm. En ook nog eens verstuurt en gepost op alle mogelijke en onmogelijke tijdstippen.

Met je chips en Schultenbräu op de bank…

Ik wist dat hij me op Twitter volgde maar zijn laatste tweet dateert van het tijdperk dat mensen elkaar nog faxen stuurden. En ook zijn we op LinkedIn gelinkt maar zie ik hem nooit in mijn timeline. Antwoord geven door zelf een vraag te stellen dan maar, ik deed een poging. Waar hij in hemelsnaam de tijd vandaan haalde om alles te lezen. Onder en buiten werktijd, zo verklaarde hij. Onder werktijd in pauzes en in zijn ogen nutteloze vergaderingen. Buiten werktijd op de bank als zijn vrouw naar programma’s over op z’n kant liggende dubbeltjes en om hulp krijsende echtgenotes van klussers keek. Het liefst met een kom vol chips en een fles gerstenat van de Aldi. Dan las hij alles op social media. Alles, de gedachte iets te missen, maakte hem onrustig.

media of social media?

Ik vroeg hem of hij een idee had waarom social media dat bijvoeglijk naamwoord had gekregen. Wellicht om interactie aan te geven? Wellicht om een dialoog tot stand te brengen? Omdat je er niet alleen informatie kunt ontvangen maar ook kunt delen? En heel misschien om eens kwetsbaarheid te tonen en iets te vragen? Ik legde hem uit dat ik dat namelijk deed. Overdag onder werktijd als ik met een vraag zit. In de auto als ik iets zie. Of ’s avonds danwel in het weekend als ik aan het hardlopen ben en geïnspireerd raak door wat ik in het straatbeeld zie; door een langzaam lopende drugsrunner, een ruziemakend liefdeskoppel of een oud vrouwtje die achter het raam haar hoofd vóór de geraniums uitsteekt. Dat verpak ik dat in een tweet of blog.

Het wordt nog mooier

Ik let dus wél op bij vergaderingen maar zit zelden op bank. Al helemaal niet met SBS6 op de beeldbuis. En als ’s avonds mijn lichaam tijdens het hardlopen, leegloopt met arbeidszweet, schiet mijn geest vol met nieuwe ideeën voor campagnes, oplossingen voor wat ik eerst dacht dat problemen waren en met dan nog onbestemde inspiratie. Ik laad me dus op, en niet met in vet gebakken aardappelreepjes die in een verpakking zijn gestopt waarop met een evenzo vet letterfont het woord LIGHT is afgedrukt. En het mooie, echt het hele mooie, is dat er nieuwe vriendschappen door zijn ontstaan. Dat ik er opdrachtgevers door gekregen heb. Dat het soms gespreksonderwerp is bij een klant en de blog een metafoor is die ons dan verder brengt. Zelfs zijn er campagnes uit ontstaan. Dit alles door af en toe pakweg een kwartier te investeren in een blog of door een woordenslinger van maximaal honderd-en-veertig tekens het web op te slingeren.

Maar alleen lezen mag natuurlijk ook. De Aldi en Schultenbräu zijn er blij mee.

stoppen met quotes mensen, stoppen aub

Quotes, en al zeker die quotes die we zo graag op social media met elkaar delen; ik heb er niets mee. Of toch? Nou, met dat delen in ieder geval zeker niet. Maar eerlijk, er zijn er bij die me doen glimlachen, sommigen zelfs die me op enerlei wijze inspireren. Of je er ook echt iets aan hebt? Ik vraag het me af. Neem de volgende bijvoorbeeld:

I’M NOT WEIRD, I AM LIMITED EDITION

Hij kan helpen als je je onzeker voelt over als je je wel eens alleen voelt staan in je mening of de keuzes die je maakt. Maar het zijn natuurlijk geen synoniemen van elkaar. Als mens ben je natuurlijk net als iedere soortgenoot een uniek exemplaar, maar evengoed blijf je een beetje vreemd als je gehaktballetjes in je yoghurt eet, Sepp Blatter een betrouwbaar persoon vindt of de teksten van Dries Roelvink voor een Pulitzer-prijs wil nomineren.

YOU CAN’T BUY HAPPINESS BUT YOU CAN BUY WINE AND THAT’S KIND OF THE SAME THING

De proef op de som nemen is de beste manier om erachter te komen. Ik kan u vertellen dat je niet overspoeld wordt met een gevoel van gelukzaligheid als je hoofd een dag later aanvoelt alsof acht Veolia-treinstellen er, ook nog eens met vertraging, overheen zijn gedenderd. Op een AA-bijeenkomst zal zo’n quote het waarschijnlijk best leuk doen onder de twijfelaars in de groep, maar daar houdt het dan bij op.

MAKE YOUR DREAMS HAPPEN

Nog zo een. Dus ik moet op het hoogste gebouw van Den Haag gaan staan, daar als een Superman vanaf vliegen en in die vlucht Mark Rutte van het Binnenhof plukken om hem daarna boven de Arena, inmiddels gehuld in oranje tenue, op het veld droppen als Nederland (met shirtreclame van TTIP) daar tegen Tsjechië speelt. Om hem te laten voelen wat Nederland  daadwerkelijk internationaal voorstelt. Moet ik dat dan doen? Ik vond het al erg genoeg dat ik over Rutte droomde.

THERE IS NO ELEVATOR TO SUCCES. YOU HAVE TO TAKE THE STAIRS

Iets serieuzer. Laat ons inzien dat je gewoon keihard moet werken om iets te bereiken (of je moet Sepp Blatter heten of met het gouden stemgeluid van Dries Roelvink geboren zijn). Maar kijk eens kritischer. Waarom zou het succes alleen boven te halen zijn en niet links, rechts, voor of achter je? Nou? Denk je dat ze bedoelen dat we de kelder in moeten, omlaag dus? Denk je het zelf? Wederom onzin dus.

LIFE BEGINS AT THE END OF YOUR COMFORT ZONE

Voor enkele is dit wellicht het beste bericht dat jullie lezen vandaag; je hebt je hele leven nog voor je! Flauw? Zeker, is dat flauw gezegd. Net zo flauw als alle quotes. Ze zijn dan ook volkomen overbodig, onnuttig en je hebt ze niet nodig om iets van je leven te maken. Daar heb je enkel jezelf voor nodig. Zou ik dat in een quote mogen gieten dan zou deze als volgt luiden:

ZOEK JE EEN HELPENDE HAND? KIJK DAN EENS AAN JE RECHTERARM!

digitaal urineren

AAEAAQAAAAAAAAUcAAAAJDRjMDhiYzFhLTlmNTEtNDNmOS1iYzJkLWZlYzViMGVhNGY0YQ

Een vrouw met haar twee kinderen en volgens het bericht van Zuid-Europese afkomst, dat was in ieder geval wat hun uiterlijk zou suggereren. In de stad Berlijn, de stad die weet hoe het is om beroofd te worden van vrijheid, zowel in fysieke als mentale vorm. In die stad stapten de vrouw en haar kinderen in een S-Bahn, een soort treinconcept dat grote steden verbindt met forensengemeenten. Het verloop van de eerste helft van hun reis ken ik niet. De tweede wel, en die is meer dan misselijkmakend. Bij een van de haltes stapten twee mannen in, in de leeftijd van 32 en 37 jaar naar het schijnt. Ze zagen de vrouw en haar kinderen, volgens ooggetuigen circa 5 en 15 jaar. Vooral zagen ze ook het Zuid-Europese uiterlijk, hetgeen voor hen een alibi bleek. Een alibi om deze familie zeer onheus te bejegen. Door intimiderend voor hen te gaan staan en hen onder de kreet ‘Heil Hitler’ de welbekende groet met opgeheven rechterarm te brengen. Door hen Joden te noemen en door te zeggen dat ze geen Ariërs zijn maar uitschot. Er zat geen YouTube-link bij het bericht. Godzijdank. Ik denk namelijk niet dat ik het aankan om op video in de ogen van die kinderen te kijken toen een van de twee mannen zijn broek liet zakken en over hen heen urineerde. U leest dat goed ja. Echt gebeurt dit, nu, in augustus 2015.

In de jaren ’80 gebeurde er ook iets bijzonders. Er werd een kind geboren en het kind huilde. Het schrok van het licht, had het koud en honger bovendien. De kersverse ouders gaven hem snel de gevraagde voeding en alle geborgenheid die maar denkbaar is. Toen het kind iets ouder was en als peuter vreesde dat een enge geest, wolf of heks zich onder zijn bed had verscholen, was er altijd z’n knuffel. Als die onvoldoende kon helpen, riep het kind zijn ouders. Want ouders zorgen ervoor dat iedereen met de poten van hun kinderen afblijft, zelfs enge sprookjesfiguren. Tot toen leek het goed te gaan. Nu weten we dat dit kind van toen op 24 augustus 2015 in de S-Bahn van Berlijn stapte en op een meer dan misselijkmakende manier twee kinderen hun waardigheid ontnam en hen samen met hun moeder ongetwijfeld doodsangsten heeft bezorgd.

Waarom ik dit schrijf? Omdat ik in mijn vorige blog ‘ontvrienden graag!’ mijn zorgen uitsprak over hoe mensen in het leven staan en zich haatdragend op social media uitlaten. Over dat je ook met digitaal urineren mensen diep kwetst. Als reactie daarop werd ik in een persoonlijk bericht bestempeld als ‘smerige gerechtigheidsstrijder’. Ten eerste douche ik mij iedere dag, ten tweede schreef ik die blog niet als gerechtigheidsstrijder. Ik schreef het als mens.

Zo, ik heb mijn plasje gedaan.

ontvrienden graag!

Ze kwamen van over zee. We hadden van hen gehoord en keken naar hen uit; de verlossers. Ze zouden voor de verandering zorgen waarnaar iedereen smachtte, het zou allemaal beter worden, eindelijk. Eerst in Zeeland, Zuid- en Noord Holland; de hele westelijke kustlijn van Nederland was als een rode loper waarop ze entree maakten. Als voorbode waren het de graaiende topmannen die ons land meteen verlieten. Al jaren schreeuwden ze dat het in het buitenland beter verdienen is en nu voegden ze de daad bij hun woord. Mooi, de beloofde verandering uitte zich in de eerste tastbare feiten. En de verandering draafde voort, vol in galop. Alleen werd het niet beter, verre van zelfs. Het enige waar de verlossers ons van verlosten waren eigenwaarde, vrijheid, veiligheid en een stip aan de horizon. Die horizon was overigens al heel snel niet meer zichtbaar. Enge vlaggen, torenhoge bergen puin van verwoeste woonwijken en stadscentra, brandende auto’s en opgestapelde rottende lijken ontnamen ons netvlies ieder zicht op welke toekomst dan ook. De verlossers waren zelf ook verlost, van normen en waarden. Als eerste was onze regering aan de beurt. Het kabinet werd gedwongen af te treden. Aanvankelijk recapituleerde onze minister-president nog stellig dat hij dan bepaalde verkiezingsbeloftes niet zou kunnen nakomen, maar uiteindelijk ging hij morrend akkoord. Als dank werd zijn nooit aflatende lach door de verlossers vereeuwigd. Als piek werd zijn afgehakte hoofd boven op het Nationaal Monument op de Dam geplaatst. De zorgwet werd afgeschaft, net als alle andere wetten overigens. We hadden wel andere zorgen dan zorg. Het enige dat overeind bleef was onderwijs. Wel veranderden de lesprogramma’s. Handvaardigheid werd voortaan met messen en pistolen gepraktizeerd, bij rekenen werden door kleine kinderen geen getallen meer afgetrokken maar vieze oude mannen en tijdens het wekelijkse filmuurtje werden aan onze nakomelingen video’s vertoond van hoe hun moeders werden verkracht. De hel was er niets bij. Iedere seconde vreesden we voor ons leven en grenzen opzoeken kwam dan ook in niemands hoofd op. Dat had ook weinig zin daar deze werden gebarricadeerd door onze o zo bevriende buurlanden. Omdat het geen zin had om symptomen van het kwaad te bestrijden zolang het kwaad bleef zitten, zeiden ze. Omdat we andere mode droegen. Omdat we een net iets andere haarkleur hadden en ons bier anders brouwden. Toch slaagden enkele landgenoten erin om via de noordkust internationale wateren te bereiken van waaruit per waterfiets de tocht werd gemaakt naar een continent waar het tenminste veilig leek. Leek, niet heus. Veilig, niet prettig. Je voelt je immers niet echt welkom als je uitgehongerd en zonder de onderweg verloren iPhone aanspoelt op een exotisch strand en meteen wordt weggetrapt en opgepakt omdat een selfie-makende toerist in een zelf uitgegraven kuil jou een ongewenste figurant vindt op de strand-vakantiefoto die hij op Facebook wil plaatsen. Het Facebook waarop blijkt dat hij lid is van een pagina die oproept de grenzen met mijn land nog verder op te hogen. Omdat ze beter ónze kinderen en vrouwen kunnen verkrachten en verkopen dan de hunne. Omdat het lastiger is om andere mensen uit de hel te helpen dan om zelf een glas Erdinger op jaarbasis minder in het eigen keelgat leeg te schudden. Want geen haar op het vetgemeste hoofd dat er aan denkt om zelf maar één eurocent in te leveren voor dat uitschot, die Nederlanders.

De droom was zo levensecht dat ik zowaar even meende het witbier in mijn mond te proeven toen ik afgelopen nacht badend in het zweet wakker schrok. Ik keek om me heen en wist snel dat de droom een droom was, uit de categorie nachtmerrie dan wel. Er was schemering op de kamer. Bij ons op de gang brandt ’s nachts namelijk het licht vanwege de kinderen. Omdat het hen een gevoel van geborgenheid geeft en wij niets liever doen dan hen een veilige en betrouwbare omgeving geven. In die schemering zag ik dingetjes die we graag binnenkort willen vervangen of laten opknappen. Dingetjes die ónze sores vormen. Ik kon het me nauwelijks meer voorstellen. Ik heb niet meer echt slaap kunnen vatten. Met een vreemd soort kater en een voornemen stond ik op. Het voornemen deze blog te schrijven én te plaatsen. Een blog waarin ik vraag, nee smeek, aan iedereen die berichten liked over verdronken vluchtelingen, aan iedereen die haatdragende reacties achterlaat bij berichten over voor de dood en verkrachting vluchtende medemensen én iedereen die bij ieder bericht over iedere verdronken of teruggestuurde ‘gelukszoeker’ (zijn we dat niet allemaal?) stiekem even glimlacht; aan al die mensen vraag, smeek en draag ik op mij te ontvrienden. Ik kan me bijna niet voorstellen dat ze hier zijn, maar indien toch; ontvrienden graag. NÚ, meteen. Het is dan immers onmogelijk dat we iets met elkaar kunnen hebben.

Sinterklaas en sociale media

‘Ik doe nu veel via sociale media, dat kost me tenminste niets.’ Een misvatting die ik te vaak hoor. Of ik als marketeer dan niet in sociale media geloof? Jazeker wel, het is echter de suggestie van dat gratis die bij mij de associatie oproept van Dutch gold. Niets is gratis, ook sociale media niet. Tenminste niet als je wilt dat inzet van sociale media je iets gaat brengen als bedrijf.

Neem nou een auto. Een auto die je krijgt op het avondje van Sinterklaas, wint bij een loterij of omdat je handig bent op een golfbaan. Gratis dus. Kun je er dan mee rijden? Als je geen rijbewijs hebt niet. Omdat je dan brokken maakt. En brokken maken kost geld. Net als dat rijden zonder rijbewijs je boetes en boetedoening oplevert. En zo is dat ook met sociale media. Zo maar iets doen, brengt je in de min. Communicatieve fouten eroderen loyaliteit. Door blind te beginnen kun je zo maar tot een digitale spookrijder verworden. Het enige waar je goed in scoort is reputatieschade, niet echt een ambitieus speerpunt lijkt me.

De auto weer. Als je de auto instapt doe je dat met een doel, een eindbestemming. Logisch denkt u dan. Hoe vreemd is het dan dat vele bedrijven op de digitale snelweg maar wat rondjes rijden, of sterker nog; in de achteruit. Er zijn er die wél een doel hebben. Ik kom ze inderdaad wel eens tegen. Heel soms. Veel verder dan het streven naar een x-aantal fans op Facebook komen ze echter niet. Conversie? Vaak een onbekend begrip. Beleid en een uitgestippelde route naar dat beoogd aantal relevante fans? Oeps, nu wordt het écht pijnlijk. Wederom vreemd, vrijwel alle ondernemers die ik ken, rijden immers wél met een navigatiesysteem in hun heilige koe.

Maar een account aanmaken op een van de vele sociale media platforms is toch gratis? Klopt, maar daar succesvol acteren is toch echt een ander verhaal. Dat vergt tijd, een marketingstrategie, kennis en bekendheid met de mogelijkheden van de verschillende platforms én behoorlijk wat communicatiecompetenties. Daar worden mensen voor opgeleid, er zijn zelfs gespecialiseerde bureaus voor. Die kosten geld, dat klopt. Maar alleen dán draagt een sociale media-avontuur iets positiefs bij aan de bottom-line van een bedrijf.

Ik heb al heel wat klanten kunnen helpen op dit gebied. Of ik dan een van die sociale media-goeroes ben? Nee, maar wel denk ik er genoeg van te weten om met de juiste kritische vragen voor bewustwording te zorgen en richting te geven. Bedrijven die dit serieus oppakken zie ik daadwerkelijk investeren in mensen of een specialist inschakelen, hetgeen zich vertaalt in meetbare ROI. Sociale Media zal traditioneel adverteren nooit kunnen vervangen, wel is het complementair en kan een professionele inzet van beiden tot veel cohesie leiden. Maar u krijgt dat dus niet zomaar. Net als dat u niet zomaar een nieuwe auto van Sinterklaas zult krijgen.